Graham Nash

  • Graham William Nash (Blackpool, 2 februari 1942) is een Engels zanger en songwriter. Hij werd begin jaren zestig bekend als zanger van de popgroep The Hollies en had daarna succes met Crosby, Stills & Nash. In de jaren zeventig en tachtig trad Nash op als activist tegen onder meer kernenergie en walvisjacht. Hij is tevens een fervent fotograaf en verzamelaar van foto's.

    Beknopt levensoverzicht

    Hij begon zijn muzikale carrière in 1955 als duo met zijn schoolvriend Allan Clarke. In het begin van de jaren zestig richtten Clarke en hij met Tony Hicks de skifflegroep The Hollies op. Ze stonden bekend om hun driestemmige harmonie en eenvoudige popliedjes, sterk beïnvloed door de muziek van Buddy Holly en The Everly Brothers. In hun thuisland bereikten ze eerst succes met covers van Amerikaanse rhythm-and-bluesartiesten, maar naarmate de tijd vorderde, schreven ze meer en meer van hun liedjes zelf, eerst onder het collectieve pseudoniem L. Ransford en later onder hun eigen namen. The Hollies maakten deel uit van de Britse invasie toen ze in 1966 en 1967 in de Verenigde Staten een reeks hits hadden met liedjes als "Bus Stop" en "Carrie-Anne".

    In de Verenigde Staten maakte Nash kennis met Cass Elliot van The Mamas and the Papas. Ze gebruikten samen geestverruimende middelen, die hem inspireerden om experimentele en psychedelische muziek te maken. Nash en de andere leden van The Hollies groeiden uit elkaar en in de Verenigde Staten lonkte de vrijheid waar hij naar verlangde. Aan het eind van de jaren zestig vormde Nash met David Crosby van The Byrds en Stephen Stills van Buffalo Springfield de supergroep Crosby, Stills & Nash (CSN). Hun debuutalbum, Crosby, Stills & Nash, leverde het trio als beste nieuwkomer een Grammy Award op.

    Kort voor hun optreden op het Woodstock-festival sloot Neil Young zich bij hen aan, waardoor de bandnaam veranderde in Crosby, Stills, Nash & Young (CSNY). Het kwartet nam met drummer Dallas Taylor en bassist Greg Reeves het album Déjà Vu op. Door onderlinge spanningen, jaloezie en onenigheden viel de band hierna uiteen. Crosby, Stills en Nash zijn door de jaren heen wel meerdere keren weer bij elkaar gekomen voor tournees of nieuwe opnames, in sommige gevallen met Young. Nash staat van de vier artiesten bekend als 'de diplomaat', omdat hij steeds degene was die probeerde ruzies te sussen en het gezelschap bijeen te houden.

    Hij verwierf bekendheid met betrekkelijk eenvoudige popliedjes die bij een groot publiek aansloegen. Zo schreef hij voor CSN en CSNY de hits "Marrakesh Express", "Teach Your Children" en "Just a Song Before I Go".

    Naast zijn muzikale loopbaan is Nash een fervent fotograaf en sinds 1971 verzamelaar van foto's.

    Nash staat twee keer in de Rock and Roll Hall of Fame, één keer met The Hollies en één keer met Crosby, Stills & Nash. Op 21 juni 1978 kreeg CSN een ster op de Hollywood Walk of Fame. In oktober 2010 werd Nash opgenomen in de Orde van het Britse Rijk voor zijn muziek en liefdadigheidswerk.

    Levensloop

    Jeugd

    Graham Nash is een zoon van William Nash en Mary Gallagher.

    Het gezin leed een armoedig bestaan.

    Beginjaren

    Nash kreeg in 1955 van zijn ouders zijn eerste gitaar. Het was een tweedehands exemplaar van het merk Levin. Ook Clarke kreeg indertijd voor het eerst een gitaar. Met de lesboekjes van Bert Weedon leerden Clarke en Nash zichzelf akkoorden aan. Ze oefenden veel samen en ze speelden voornamelijk skiffleliedjes, waarbij ze in harmonie meezongen.

    In het najaar van 1957 hoorden Clarke en Nash voor het eerst "Bye Bye Love" van The Everly Brothers. Deze muziek maakte veel indruk op Nash. Hij wilde sindsdien muziek maken die mensen op dezelfde manier roerde.

    In 1960 vormden Clarke en Nash hun eerste band, The Fourtones,

    Oprichting van The Hollies

    Nash had in 1962 een baantje in de koffiebar The Two J's. Hij zorgde ervoor dat de band daar in december van dat jaar een keer mocht optreden.

    The Hollies traden veel op in Engeland. Zo speelden ze een keer op dezelfde avond als The Beatles in de uitgaansgelegenheid The Cavern te Liverpool.

    Succes in het Verenigd Koninkrijk

    Op 4 april 1963 hadden The Hollies in de Abbey Road Studios (toen nog EMI Studios geheten) in Londen hun eerste opnamesessie voor Parlophone.

    Eind 1963 verhuisde Nash naar Londen. Hij verbleef eerst in het Imperial Hotel in de buurt van Ladbroke Square, later huurde hij een appartement in Paddington. Rathbone werd vervangen door Bobby Elliott, die eveneens naar Londen verhuisde, net als Hicks. Clarke trouwde met zijn vriendin en bleef in Manchester wonen. Op het album stond één liedje van Clarke en Nash, getiteld "Little Lover".

    In de eerste jaren na de oprichting speelden The Hollies rhythm-and-blues en rock-'n-roll veelal geschreven door Amerikaanse artiesten. Hun eigen muziek, geschreven door Clarke en Nash of door Clarke, Nash en Hicks, was eenvoudige popmuziek.

    De band scoorde in maart 1964 hun eerste grote hit met een cover van "Just One Look", waarmee de componist Doris Troy succes had gehad in de Verenigde Staten. De single van The Hollies bereikte de tweede plaats in de Britse hitlijst.

    Britse invasie in de Verenigde Staten

    Haydock, de bassist van The Hollies, raakte verwikkeld in een conflict met een van de managers. Hij kwam niet meer bij de opnamesessies opdagen en werd begin 1966 uit de band gezet. Hij werd vervangen door Bernie Calvert.

    In de Verenigde Staten liet het succes langer op zich wachten dan in het Verenigd Koninkrijk. Nadat ze met The Everly Brothers het album Two Yanks in England hadden opgenomen,

    Evolutie met en zonder The Hollies

    In juni 1966 vlogen The Hollies naar Los Angeles, maar hun optredens gingen niet door omdat ze geen werkvergunningen hadden.

    De ontmoetingen met Elliot en Crosby inspireerden Nash om met The Hollies een nieuwe weg in te slaan. stond het door Nash geschreven liedje "King Midas in Reverse".

    Nash en de andere leden van The Hollies groeiden uit elkaar.

    David Crosby en Stephen Stills

    In februari 1968 gingen The Hollies op tournee in Canada en de Verenigde Staten. In mei van dat jaar begonnen The Hollies aan een tournee met The Scaffold en Paul Jones in het Verenigd Koninkrijk. Het muziektijdschrift New Musical Express bracht het verhaal naar buiten dat Nash op het punt stond om de band te verlaten, omdat hij een andere muzikale richting voorstond en niet kon doen wat hij graag wilde:

    Ondertussen viel Buffalo Springfield uiteen door spanningen tussen Stills en Neil Young, de andere leadgitarist van de band.

    Nash reisde in juli of augustus 1968 opnieuw naar de Verenigde Staten.

    Nash keerde terug naar het Verenigd Koninkrijk, maar hij liet de andere bandleden nog in het ongewisse over zijn naderende vertrek. Hij trok zich na optredens terug op zijn hotelkamer en schreef onder invloed van hasj de liedjes "Right Between the Eyes", "Lady of the Island" en "Teach Your Children". The Hollies weigerden ook deze liedjes op te nemen en waren niet van gedachten veranderd over een coveralbum met muziek van Dylan.

    Vorming van een supergroep

    Crosby en Stills reisden in december 1968 met John Sebastian naar Londen om ervoor te zorgen dat Nash de banden met zijn groep doorsneed en zich definitief bij het Amerikaanse duo aansloot.

    Ze keerden terug in de Verenigde Staten, waar ze zich na verloop van tijd vestigden op Long Island in New York, zodat ze aan hun muziek konden werken zonder de afleidingen die de gemeenschap in Laurel Canyon bood.

    Crosby, Stills & Nash werden door het publiek en de muziekpers gezien als supergroep, omdat ze elk veel succes hadden gehad met hun eigen bands: Stills met Buffalo Springfield, Crosby met The Byrds en Nash met The Hollies.

    Nadat ze een aantal weken in New York met z'n drieën muziek maakten, meestal onder invloed van wiet of cocaïne, gingen ze terug naar Los Angeles. De groep won bij de uitreiking van de Grammy Awards in maart 1970 de prijs voor beste nieuwkomer.

    Crosby, Stills, Nash & Young

    Crosby en Nash wilden optreden zoals Simon & Garfunkel, met alleen harmoniezang en akoestische gitaren. Stills zag dat niet zitten en wilde met een rockband optreden.

    Ertegün, die het uiteenvallen van Buffalo Springfield erg betreurde, stelde voor om Neil Young bij de groep te voegen.

    In het begin werd Bruce Palmer (eveneens van Buffalo Springfield) als bassist aangetrokken. Hij nam met CSNY een cover van het door Terry Reid geschreven "Horses Through a Rain Storm" op. De bandleden waren echter niet tevreden, want Palmer maakte te veel foutjes en kon zich het repertoire niet snel genoeg eigen maken, aldus Young.

    Het tweede optreden van Crosby, Stills, Nash & Young was op het Woodstock-festival. De band vloog met twee helikopters naar een klein vliegveld in de buurt van het festivalterrein.

    Déjà Vu

    CSNY begon in oktober 1969 in de studio van Wally Heider met de opnamen voor hun album Déjà Vu. De samenwerking verliep minder voorspoedig dan ten tijde van hun eerste album Crosby, Stills & Nash.

    In de laatste week van september 1969 verongelukte Christine Hinton, de vriendin van Crosby, die hierdoor erg van slag raakte. Een reeks optredens met Sebastian ging om deze reden niet door. Nash bracht in deze periode veel tijd door met Crosby. Ze reisden samen naar New York en Londen en vaarden op Crosby's boot The Mayan.

    De onderlinge spanningen namen toe terwijl ze in augustus en september 1969 optraden. De groep stond zelfs op het punt om uiteen te vallen toen Nash en Stills tijdens een pauze backstage ruzie kregen. Stills speelde tot Nash' ongenoegen drie extra liedjes om indruk te maken op Bob Dylan, die in het publiek zat bij een van hun optredens in Fillmore East. Na drie kwartier gingen ze toch weer het podium op.

    In totaal waren de bandleden naar schatting 800 uur bezig met het opnemen van alle muziek. Naar aanleiding van het Kent State-bloedbad schreef Young het protestlied "Ohio", zodat ze toch weer even bij elkaar kwamen om het nieuwe liedje op te nemen. Een live opgenomen versie van "Ohio" werd als single uitgebracht met op de b-kant het door Stills geschreven liedje "Find the Cost of Freedom". Het tijdens hun tournee opgenomen livealbum 4 Way Street werd in april 1971 uitgegeven.

    Solowerk en Crosby-Nash

    De tournee van CSNY was in juli 1970 afgelopen. In deze periode werkten alle vier leden aan soloalbums: Young met After the Gold Rush, Stills met Stephen Stills, Crosby met If I Could Only Remember My Name en Nash met Songs for Beginners. Het stranden van zijn relatie met Mitchell inspireerde Nash begin 1970 tot het schrijven van de liedjes "Simple Man", "I Used to Be a King" en "Stranger's Room".

    Nash rondde de opnamen voor zijn soloalbum begin 1971 in Heiders studio af. Hij werd hiervoor begeleid door onder anderen Crosby, Coolidge, Dave Mason, Jerry Garcia, John Barbata en Chris Ethridge.

    In 1971 ging Nash op tournee met Crosby. Een bootleg van een optreden van het duo werd in 1998 uitgebracht met als titel Another Stoney Evening.

    Human Highway en Wild Tales

    In het voorjaar van 1973 toerde Young met The Stray Gators door de Verenigde Staten. Aan het einde van deze tournee kreeg hij last van zijn stem. Crosby en Nash werden voor de laatste drie weken gevraagd om mee te zingen. Het album werd nooit uitgegeven.

    Hierna vormden Crosby en Nash een band met Barbata, Drummond en gitarist David Lindley. Na een paar optredens werd Lindley vervangen door Don Felder, die met Stills had gespeeld toen hij nog naar school ging. Crosby, Stills en Nash traden één keer samen op, waarna Stills met zijn nieuwe groep Manassas verderging.

    Nash richtte in de kelder van zijn huis in San Francisco een geluidsstudio in. Hij gaf deze studio de naam Rudy Records, naar de hond van een van zijn managers.

    CSNY-reünie in 1974

    • CSNY in augustus 1974 met Nash rechts naast Stills.

    • Stills, Crosby en Nash in augustus 1974.

    • CSNY met achter de microfoonstandaards Nash rechts naast Crosby.

    • CSNY tijdens een concert op 27 augustus 1974 in Norfolk (Virginia).

    • Een stadion in Norfolk tijdens een concert van CSNY.

    Het jaar 1974 stond voor Nash in het teken van een reünie van Crosby, Stills, Nash & Young. Bill Graham, Elliot Roberts en David Geffen kwamen met het idee van een grootschalige tournee, waarbij in twee maanden tijd tientallen concerten werden gegeven in stadions met gemiddeld vijftigduizend toeschouwers.

    De tournee begon op 9 juli in het Seattle Center Coliseum in Seattle

    Negen concerten werden opgenomen, maar een livealbum werd pas veertig jaar later uitgegeven.

    Crosby & Nash bij ABC Records

    Aan het begin van 1975 trok Nash met Crosby in een bungalow van het Chateau Marmont in Los Angeles.

    Voor het eerste album, het in september 1974 uitgegeven Wind on the Water, lieten ze zich begeleiden door drummer Russ Kunkel, bassisten Drummond en Leland Sklar, gitaristen David Lindley en Danny Kortchmar en toetsenist Craig Doerge. Hun album piekte op de zesde plaats in de Amerikaanse albumlijst. Onder meer het door Crosby geschreven "Carry Me" werd als single uitgebracht.

    Nash produceerde in 1976 het album Seed of Memory van Terry Reid.

    CSN

    Crosby en Nash toerden in de herfst van 1976 door Europa. Op 12 augustus 1976, voor aanvang van die tournee, gaven ze voor de derde avond op rij een concert in het Greek Theatre in Los Angeles.

    Young bezocht een van deze sessies, maar hij nam geen muziek op voor het album, CSN, dat in juni 1977 werd uitgebracht door Atlantic Records.

    Familieleven, fotografie en activisme

    Aan het einde van de jaren zeventig bracht Nash meer tijd door met zijn familie.

    Begin 1979 trad Nash op met Jackson Browne om geld in te zamelen voor de Abalone Alliance, een organisatie die zich verzette tegen de bouw van een aantal kernreactors.

    Soloalbum en reünies

    Nash begon in februari 1979 met Crosby in de Britannia Studios in Los Angeles aan de opnamen voor een nieuw album.

    Stills bezocht Nash in 1980 op Hawaï. Ze speelden samen en maakten plannen om met z'n tweeën een album op te nemen. In de studio in Los Angeles werden ze begeleid door Perry, Vitale, toetsenist Michael Finnigan en gitarist Michael Stergis. Stanley Johnston en Steve Gursky verzorgden de muzikale productie.

    In november 1981 vroeg Nash aan Crosby om mee te werken aan het album dat hij met Stills had opgenomen. De meeste liedjes werden niet of nauwelijks veranderd. Crosby voegde een paar liedjes toe van zijn soloalbum dat Capitol Records niet wilde uitgeven. Het album van Crosby, Stills & Nash, getiteld Daylight Again, werd in juni 1982 uitgegeven en piekte op de achtste plaats in de Amerikaanse hitlijst. Het trio ging hierna op tournee en in juni 1983 werd het livealbum Allies uitgebracht. Na de tournee met Crosby en Stills vloog Nash naar Engeland voor een reünie van The Hollies. Hij had in 1981 al een keer met Allan Clarke, Tony Hicks en Bob Elliott opgetreden in Top of the Pops en het liedje "Somethin' Ain't Right" met ze opgenomen. In de eerste maanden van 1983 namen ze het album What Goes Around... op, dat door Atlantic Records werd uitgegeven.

    Innocent Eyes en American Dream

    Atlantic Records gaf in maart 1986 het vierde soloalbum van Nash uit. In een wanhopige poging om met de tijd mee te gaan, gebruikte hij een drummachine en op het album, getiteld Innocent Eyes, staat veel elektronische muziek. Hij bleef met het album steken op de 136ste plaats in de Amerikaanse hitlijst.

    Looking Forward

    Eind jaren tachtig waren Crosby en Nash van plan om met z'n tweeën een album op te nemen, maar Atlantic Records wilde hun muziek alleen uitgeven als Stills meedeed. Het project resulteerde in 1990 in het studioalbum Live It Up, dat de 59ste plaats in de Billboard 200 bereikte.

    Recente activiteiten

    Nash nam in 2002 het soloalbum Songs for Survivors op en in 2004 met Crosby het album Crosby & Nash. Naar aanleiding van de Irakoorlog nam Young in 2006 een album, Living with War, met protestliedjes op, gevolgd door een tournee van Crosby, Stills, Nash & Young. Hij publiceerde in 2013 zijn autobiografie, Wild Tales: A Rock & Roll Life.

    Werken

    Muziekalbums

    Boeken

    • The Graham Nash Collection (1978)
    • Off The Record: Songwriters on Songwriting (2002)
    • Eye to Eye: Photographs by Graham Nash (2004)
    • Love, Graham Nash (2009)
    • Wild Tales: A Rock & Roll Life (2013)

    Externe links

    Bronvermelding

    Literatuur

    • DeMain, Bill, In Their Own Words: Songwriters Talk about the Creative Process, Greenwood Publishing Company, 2004 ISBN 9780275984021.
    • McDonough, Jimmy, Shakey: Neil Young's Biography, Vintage Books, 2003 ISBN 9780099443582.
    • Durchholz, Daniel, Neil Young: Long May You Run, Voyageur Press, 2012 ISBN 9780760344118.
    • Miles, Barry, The British Invasion, Sterling Publishing Company, 2009 ISBN 9781402769764.
    • Nash, Graham, Wild Tales: A Rock & Roll Life, Three Rivers Press, 2013 ISBN 9780385347563.
    • Rogan, Johnny, Neil Young: Zero to Sixty, Calidore Books, 2001 ISBN 9780952954040.
    • Young, Neil, Waging Heavy Peace, Penguin Group US, 2012 ISBN 9781101594094.
    • Young, Scott, Neil and Me, McClelland & Stewart, 2006 ISBN 9780771070587.
    • Zimmer, Dave, 4 Way Street: The Crosby, Stills, Nash & Young Reader, Da Capo Press, 2004 ISBN 9780306812774.
    • Zimmer, Dave, Crosby, Stills & Nash, Da Capo Press, 2008 ISBN 9780306816154.

    Verwijzingen

    Deze tekst is beschikbaar volgens "Creatieve Commons Attribution/Share Alike Licentie". Extra voorwaarden kunnen van toepassing zijn. Bekijk hiervoor de Creative Commons website voor details. Auteur van de tekst hierboven.