Cypress Hill;Rage Against The Machine

  • Rage Against the Machine is een Amerikaanse rockband uit Los Angeles, bestaande uit rapper Zack de la Rocha, gitarist Tom Morello, bassist Tim Commerford en drummer Brad Wilk. De band was één van de eerste die de genres hardrock en rap combineerden tot rapcore.

    Het debuutalbum Rage Against the Machine werd uitgebracht in 1992, met als bekendste single "Killing in the Name". Het album werd gevolgd door Evil Empire (1996) en The Battle of Los Angeles (1999). Vlak voor de uitgave van het coveralbum Renegades (2000) stapte De la Rocha uit de band. De overige leden speelden met Chris Cornell verder als Audioslave. Na het opstappen van Cornell in 2007 kwam Rage Against the Machine weer samen voor een serie reünie-concerten, waaronder Europese optredens in 2008 en 2010.

    De band staat bekend om hun socialistische teksten en politieke acties binnen en buiten de muziek. Het merendeel van de teksten van De la Rocha gaan over politieke zaken. De bandleden keerden zich veelvuldig tegen het kapitalisme en boden hun steun aan kleine socialistische groeperingen. Daarnaast steunt de muziek op de experimentele gitaargeluiden van Tom Morello.

    Geschiedenis

    1991 - 1992: Formatie van band

    Na het afstuderen op de Harvard-universiteit verhuisde gitarist Tom Morello in 1986 van Illinois naar Los Angeles met de gedachte beroemd te worden in een rockband.

    In 1990 stapte Inside Out-gitarist Victor DiCara uit de band. Even probeerde De la Rocha de overige bandleden bij elkaar te houden, maar dat mislukte. Na het uiteenvallen van Lock Up ontmoette Morello in een club De la Rocha, die op het podium stond te freestylen met enkele vrienden. De geluidsinstallatie was echter zo slecht, dat Morello de teksten niet kon verstaan. De la Rocha straalde echter een bepaalde woede uit en omdat Morello toch benieuwd was waar hij het over had, besloot hij na afloop backstage te gaan en een gesprek aan te gaan. Ze raakten aan de praat en Morello bladerde een tijdje door de notitieboekjes van De la Rocha. Daaruit bleek dat de twee dezelfde politieke ideeën hadden. Morello was onder ook de indruk van de gedichten van De la Rocha. Samen besloten ze een band te beginnen. Morello belde Wilk op om als drummer te fungeren en De la Rocha nam contact op met Commerford. Rond november 1991 werd Rage Against the Machine opgericht.

    De bandleden kwamen op de naam Rage Against the Machine door De la Rocha: in zijn tijd bij Inside Out hadden zij op dat moment een lied genaamd "Rage Against the Machine".

    1992 - 1993: Eerste demo en debuutalbum

    Het eerste concert dat de band speelde, was in een huiskamer in Huntington Beach, Orange County. Het huis was van een vriend van Commerford. De band speelde slechts de vijf-en-een-half nummers die zij op dat moment hadden geschreven, maar het publiek kon het zo waarderen dat ze de nummers nog een keer moesten spelen.

    Er kwam meer aandacht voor de band, mede doordat zij het voorprogramma waren tijdens een concert van Porno for Pyros wat de doorbraak voor hen zou betekenen. echter ditmaal geheel naakt en met alleen een stuk duct tape op de mond. Op het lichaam van de bandleden waren de letters P.M.R.C. geschilderd, als protest tegen censuur in de muziek.

    1994 - 1997: Evil Empire

    Eind 1994 werd de band onder druk gezet door Epic Records: zij vonden dat het tijd was voor een nieuw album. Er werd besloten dat de bandleden de winter door gingen brengen in een huis in Atlanta. De A&R van de band, Michael Goldstone, wilde elke afleiding van de band weghalen. Daarnaast vertelde hij dat ze een nieuw album moeten opnemen, of anders maar uit elkaar moeten gaan. In Atlanta was er veel spanning tussen de bandleden. De communicatie was slecht en ze werden het niet eens over beslissingen. Er werd elke dag gerepeteerd, maar uiteindelijk verlieten ze Atlanta na vier weken zonder één nummer.

    Meer succes hadden ze toen de band terugging naar Los Angeles.

    Op 20 januari 1997 speelden De la Rocha en Morello in de debuutshow van Radio Free L.A., een show (georganiseerd door Morello) die op talloze radiostations en op het internet te horen was. Samen met de twee speelden Flea (Red Hot Chili Peppers) en Steven Perkins (Porno for Pyros). Daarnaast werden politieke figuren geïnterviewd en werden er kwesties besproken. In de zomer van 1997 ging de groep op tournee met de hiphoppers van Wu-Tang Clan, wat de meest bezochte toer van het jaar werd.

    1998 - 2000: The Battle of Los Angeles en Renegades

    In februari 1998 nam de band "No Shelter" op, een single die later op de soundtrack van Godzilla terecht zou komen. Het schrijven van de overige nummers voor het derde album begon in mei 1998. Ook speelde de band in Mexico-Stad, waarvan later de dvd The Battle of Mexico City uit zou komen.

    De band organiseerde in 2000 samen met Beastie Boys en Busta Rhymes de Rhyme and Reason Tour, die werd afgelast nadat drummer Mike D gewond raakte tijdens een fiets-incident. Op 18 oktober verklaarde De la Rocha echter dat hij Rage Against the Machine ging verlaten.

    De opsplitsing was een bevestiging voor wat fans al dachten: er was geen goede relatie meer tussen De la Rocha en de overige bandleden. De (voorlopig) laatste twee concerten van de band werden gehouden op 12 en 13 september. Beelden daarvan zijn te zien op de dvd Live at the Grand Olympic Auditorium, die in 2003 werd uitgebracht. Op 5 december kwam Renegades uit, die twee singles voortbracht: "Renegades of Funk" en "How I Could Just Kill A Man".

    2000 - 2007: Solocarrière en Audioslave

    Geruchten gingen in de pers dat na de opsplitsing er geen goede relatie zou zijn tussen de bandleden. Zij ontkenden dit echter. Commerford beweerde dat hij en De la Rocha vaak samen gingen surfen, terwijl Morello ook contact met hem onderhield. De la Rocha begon aan een solo-album te werken, maar liet dit schieten nadat hij samen met Trent Reznor van Nine Inch Nails kon werken. Samen namen zij een album op, maar dit werd nooit uitgebracht.

    Na het vertrek van Zack de la Rocha wilden de overige bandleden een nieuwe leadzanger voor de band zoeken. De namen van Rey Oropeza, B-Real en Chuck D werden genoemd. Uiteindelijk besloten de bandleden Rage Against the Machine achter zich te laten. Ze speelden samen een sessie en besloten daarna een album op te nemen en te kijken waar het schip zou stranden. De nieuwe band, genaamd Audioslave, schreef ongeveer 20 nummers. Eén daarvan, "Cochoise", werd de eerste single. Het debuutalbum Audioslave werd op 19 november 2002 uitgebracht en werd driemaal platina. Tijdens concerten van Audioslave werden regelmatig nummers van Soundgarden en Rage Against the Machine gespeeld, zoals "Bulls on Parade", "Killing in the Name" en "Sleep Now in the Fire".

    Een nieuwe mijlpaal bereikte de band op 31 mei 2005, toen ze als eerste Amerikaanse rockband in Cuba speelden.

    2007 - heden: Reünies

    Nog voordat Audioslave ophield met bestaan, kwamen er in januari 2007 berichten dat Rage Against the Machine bij elkaar zou komen voor een reünie-concert op het Coachella Valley Music and Arts Festival in Californië. Vermoedens over een definitieve terugkeer van Rage Against the Machine werden sterker toen Chris Cornell besloot uit Audioslave te stappen.

    Op 14 april, twee weken voor Coachella, gaven De la Rocha en Morello een kort akoestisch optreden in Chicago. Op dat moment was er een protest gaande voor rechten in de fastfood-industrie. De teksten van De la Rocha zorgden voor grote consternatie in de media en het publiek.

    Op 24 augustus speelde de band voor het eerst in zeven jaar een eigen concert in East Troy, Wisconsin met Queens of the Stone Age als voorprogramma. In 2008 ging de band door met toeren: in januari en februari werden enkele concerten gehouden in Japan en Australië.

    Vlak voor de kerst van 2009 werd er in het Verenigd Koninkrijk op het internet een campagne georganiseerd om "Killing in the Name" als 'Christmas Number One' in de UK Singles Chart te krijgen. Dit om te voorkomen dat er voor het vijfde opeenvolgende jaar een X Factor-winnaar op één zou belandden (in dit geval Joe McEldery).

    Stijl

    Invloeden en technieken

    Rage Against the Machine was één van de eerste bands die de genres hardrock en rap combineerden tot rapcore.

    Tom Morello is het meest bekend geworden dankzij zijn unieke gitaarwerk. Het blad Rolling Stone plaatste Morello op plaats 26 in de lijst van 100 beste gitaristen aller tijden. Zijn muziek bestaat uit een groot aantal geluiden waarvan de meeste door Morello zelf zijn verzonnen. Hij maakte deze geluiden door zelf met de elektronica in zijn gitaren te spelen of door bepaalde effecten te combineren. Zijn bekendste effectpedaal is de Digitech Whammy, daarmee kan je een of twee octaven boven of onder de gespeelde noot krijgen. Hierdoor krijg je een beetje fluitgeluid soms. In solo's van Know your Enemy zijn de bijgevoegde noten goed te horen. Ook zijn killswitch-effect is erg bekend. Dat doet Morello door steeds te wisselen tussen een gitaarelement dat het volume op nul heeft waardoor je niks hoort, en een andere element dat het volume op 10 heeft. Hiermee heeft hij onder andere het bekende 'DJ'-geluid geproduceerd, en kan hij de solo van onder andere "Bullet in the Head" en "Sleep Now In The Fire" spelen. Morello's meest bekende gitaar is de Arm the Homeless-gitaar. Andere gitaren die hij gebruikt zijn de Soul Power- en de Sendero Luminoso-gitaar. Eén van de kenmerken van de band is dat ze geen samples, keyboards en synthesizers gebruikt. Dit staat ook vermeld op de albums.

    Optredens

    Rage Against the Machine begon te toeren in 1992, het jaar waarop hun debuutalbum verscheen. Zij kregen meteen een reputatie van explosieve liveband. In mei 1993 stond de band voor het eerst in Nederland als vervanger van Alice in Chains op het Pinkpop Festival. Jan Douwe Kroeske vertelde zijn ervaringen in OOR: "Het was alsof er een rotje implodeert: ineens moest alles los bij die jongens. Alles wat er aan de show vooraf ging beschouwde de band als saai en overbodig; in één klap werd al die energie op dat veld losgelaten."

    Het podium van Rage Against the Machine werd altijd gedecoreerd met eigen materiaal. Zo was vaak de EZLN-vlag te zien op de achtergrond. Ook werd als protest tegen de Amerikaanse regering een omgekeerde vlag van de Verenigde Staten opgehangen. Tijdens Woodstock 1999 stak De la Rocha na "Killing in the Name" de vlag voor 200.000 toeschouwers in brand.

    De setlist van de band bestond meestal uit nummers van hun eerste drie albums, later soms aangevuld met "Renegades of Funk" en "How I Could Just Kill A Man" van Renegades. Af en toe werd er ook een cover gespeeld; in de reünie-toer in 2008 speelde de band een versie van "Clampdown", een nummer van The Clash. Nummers als "Freedom", "Bulls on Parade" en "Killing in the Name" werden vrijwel altijd tijdens optredens gespeeld. In de latere jaren was "Killing in the Name" zonder uitzondering het laatste nummer. De la Rocha probeerde vaak tijdens nummers ruimte te maken om een speech over zijn politieke idealen te geven. Dit gebeurde meestal tijdens "Wake Up".

    Politieke ideologieën

    Teksten

    Rage Against the Machine heeft in de jaren 90 een reputatie opgebouwd als controversiële band qua politieke acties. De band staat bekend om zijn socialistische statements en acties. Daarmee hebben ze zich meerdere malen tegen de Amerikaanse regering gekeerd. De band is echter niet tegen de Verenigde Staten, zoals Morello vermeldt: "Ik ben er enorm trots op dat ik Amerikaan ben. Ik ben van mening dat wat de Amerikaanse corporate-controlled regering doet, schaamteloos is. Maar in de V.S. is er een strijdvaardige cultuur aanwezig waar ik graag bij wil horen. (...) Er is zoveel waar een Amerikaan trots op kan zijn, maar waar hij niets van afweet. De moed en de durf die de vakbondsleiders rond 1900 hadden, is bewonderenswaardig. Er waren mensen die overzee werden gestuurd en vochten voor Uncle Sams Wall Street-oorlogen... maar deze mensen wisten waar ze voor vochten. Dat is moed."

    De la Rocha is verantwoordelijk voor de teksten van de nummers. Zijn teksten behandelen altijd politieke zaken zoals racisme, onderdrukking en armoede.

    Steun

    In "Voice of the Voiceless" Op 15 januari 1997 schreef Abu-Jamal vanuit de gevangenis een brief naar Rage Against the Machine en andere mensen die hem gesteund hebben. De brief is hier te lezen.

    De band, en vooral De la Rocha, steunt de EZLN, het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger. De la Rocha, zelf half Mexicaans

    Tijdens shows van Rage Against the Machine zei De la Rocha vaak voor aanvang van het nummer Freedom: "Het duurt al 20 jaar, er is geen bewijs en hij zit nog steeds gevangen." Dit riep hij om aandacht te vragen voor Leonard Peltier, een lid van de American Indian Movement die veroordeeld werd na het doden van twee FBI-agenten na een schietpartij op het Pine Ridge Indian Reservation. Peltier kreeg tweemaal levenslang opgelegd. Er is twijfel of het proces eerlijk is verlopen en of Peltier niet een politieke gevangene is, zoals Amnesty International aangeeft.

    Controverses

    Parents Music Resource Center

    Op 18 juli 1993 speelde Rage Against the Machine op het Lollapalooza-festival in Philadelphia. Daar werd besloten een protest te houden tegen de Parents Music Resource Center, een groep die opgericht werd door Tipper Gore (de vrouw van Al Gore) en strijdt voor censuur in de muziek. PMRC is van mening dat de popmuziek (en met name rock) de oorzaak is van de toename van geweld in de maatschappij. De band besloot te protesteren tijdens aanvang van hun optreden: de leden kwamen volledig naakt het podium opgelopen met alleen een stuk duct tape op hun mond. Op de lichamen stonden de letters PMRC geschilderd. Een andere reden om te protesteren was het feit dat De la Rocha een dag voor het optreden zijn stem kwijtraakte.

    Optreden Saturday Night Live 1996

    Op 13 april 1996 werd Rage Against the Machine uitgenodigd voor een optreden in de Amerikaanse show Saturday Night Live. De presentator van die avond was miljardair Steve Forbes. De band had zich vooraf tegen Forbes gekeerd en wilde dit tonen door twee omgekeerde Amerikaanse vlaggen voor hun versterkers te hangen. De eerste poging van de band om de vlaggen op te hangen was tijdens een de repetities van de aflevering op donderdag. De producers van Saturday Night Live eisten dat de vlaggen verwijderd werden. De redenen waren dat de sponsors niet blij zouden zijn met de actie, en dat vanwege Forbes het programma een strakker schema had. Ook deelden de producers mee dat discutabele teksten in "Bullet in the Head" (met "Bulls on Parade" de twee nummers die de band ging spelen) gecensureerd zouden worden. Er werd zelfs aan gedacht om het gehele nummer in de studio niet te laten horen, omdat er familie en vrienden van Forbes aanwezig zouden zijn. Vlak voor de live-uitzending werden de vlaggen toch weer teruggehangen.

    De band speelde het eerste nummer ("Bulls on Parade"). Na dit nummer kwamen mensen van NBC die de band verzochten onmiddellijk het pand te verlaten. Tim Commerford reageerde woedend en bestormde de kleedkamer van Forbes, waarbij hij stukken van de gescheurde Amerikaanse vlag liet zien. Saturday Night Live gaf tijdgebrek aan als reden van het vervroegde einde.: "Rage Against the Machine het tegenovergestelde wilde doen bij een grappenmakende miljardair... door ons eigen standpunt duidelijk te maken. (...) De omgekeerde vlaggen staan symbool voor de samenleving die wij democratie noemen als presidentsverkiezingen altijd gaan tussen twee personen uit de elite komen. Amerika’s vrijheid van meningsuiting is omgekeerd als wij onze standpunten niet kunnen uiten vanwege sponsors. Ten slotte is het ook onze manier van meningsuiting tegen Forbes."

    Opname videoclip Sleep Now in the Fire

    De videoclip voor "Sleep Now in the Fire" werd geregisseerd door Michael Moore. De clip begint met een shot op de Wall Street-beurs met de melding dat op maandag verschillende records zijn gebroken en op dinsdag dat Rage Against the Machine niet op Wall Street zal spelen (met toenmalig burgemeester van New York City Rudolph Giuliani in beeld).

    2000 Democratic National Convention

    In 2000 speelde Rage Against the Machine een gratis concert tijdens de 2000 Democratic National Convention, het evenement waarop de Democraten hun kandidaat Al Gore kozen. De band speelde om te protesteren tegen het tweepartijensysteem. Plannen om te protesteren waren er al in april van dat jaar.

    Tijdens het concert riep De la Rocha: "broeders en zusters, onze vrijheid is gekaapt!". In totaal werden zes mensen gearresteerd.

    De politie van Los Angeles kreeg na het incident veel kritiek te verwerken. Een American Civil Liberties Union-lid noemde de actie niets meer dan een georganiseerde politie-rel. De la Rocha was woedend over de acties: "Het maakt mij niet uit dat er op televisie wordt gezegd dat het geweld door de concertbezoekers is veroorzaakt, zij beginnen op ons te schieten. En dat is belachelijk, aangezien wij geen rubberkogels, M16's gummiknuppels of helmen hadden." Beelden van de incidenten zijn te zien op de dvd Live at the Grand Olympic Auditorium.

    Discografie

    Prijzen

    Externe links

    Deze tekst is beschikbaar volgens "Creatieve Commons Attribution/Share Alike Licentie". Extra voorwaarden kunnen van toepassing zijn. Bekijk hiervoor de Creative Commons website voor details. Auteur van de tekst hierboven.

google remarketing