Empire Ants, live at Roundhouse, UK - World Stage

Gorillaz

  • Gorillaz is een virtuele Britse band en een multimedia-project van Damon Albarn en Jamie Hewlett. De groep werd in 1998 opgericht en kreeg de fictionele karakters 2-D, Noodle, Russel Hobbs en Murdoc Niccals als bandleden.

    Na de eerste ep Tomorrow Comes Today verscheen in 2001 het debuutalbum Gorillaz. Het album, met de singles "Clint Eastwood" en "19-2000" werd genomineerd voor de Mercury Music Prize. In 2005 kwam het vervolgalbum Demon Days uit, dat geproduceerd werd door Danger Mouse en Feel Good Inc. als leadsingle had. Het album werd vijfmaal platina in het Verenigd Koninkrijk en werd genomineerd voor vijf Grammy Awards. In totaal verkocht de band meer dan 15 miljoen albums. In 2010 verscheen het derde album Plastic Beach, gevolgd door Gorillaz' eerste wereldwijde concertreeks.

    Albarn is binnen het project verantwoordelijk voor de muziek en heeft hiervoor samengewerkt met een groot aantal muzikanten. De muziekstijl is een combinatie van hiphop, dub, dance en rock. Striptekenaar Hewlett houdt zich vooral bezig met het visuele gedeelte en het verhaal rondom de Gorillaz-wereld. Concerten worden aanvankelijk gerealiseerd door de virtuele bandleden te projecteren en de 'echte' muzikanten als silhouetten af te beelden. In latere optredens waren de artiesten echter vaker daadwerkelijk te zien.

    Biografie

    1997 - 2000: Ontstaan van Gorillaz en Tomorrow Comes Today EP

    Gorillaz werd gecreëerd door Damon Albarn en Jamie Hewlett. Ze ontmoetten elkaar voor het eerst in 1990, toen Albarn net met Blur begon en Hewlett voor het Engelse stripmagazine Deadline werkte. Blur-gitarist Graham Coxon was een groot fan van de werken van Hewlett en liet hem een interview afleggen met de band. Jaren later ontmoetten Albarn en Hewlett elkaar weer, ditmaal via hun vriendinnen: beiden waren lid van de band Elastica. In 1997 besloten ze samen in te trekken in een appartement, waar ze 8 maanden zouden verblijven.

    Het project, dat de tijdelijke naam Gorilla kreeg, bleek een manier om hun bezigheden te combineren. Veel tijd had Albarn in 1997 niet vanwege zijn werk met Blur. Anderhalf jaar later werden de eerste demo's opgenomen, waaronder het later uitgebrachte "Tomorrow Comes Today". Toen de demo's afgerond waren, kregen de twee een platencontract bij Parlophone (onderdeel van EMI). Met het contract op zak ging Albarn naar zijn eigen Studio 13 in Londen om met engineers Jason Cox en Tom Girling het album op te nemen. Hij maakte vanaf het begin duidelijk dat de nummers veel verschillende stijlen zou gaan bevatten, zoals reggae en Dan the Automator werd gevraagd om het album te produceren. De laatste loodjes van het album werden in Jamaica gelegd, zoals het opnemen van vocalen. Hewlett was ondertussen bezig met de animaties van de band. Hij begon pas met ontwerpen toen hij de eerste demo's van de muziek had gehoord, zodat hij een indruk van de sfeer kreeg. Hij creëerde de virtuele bandleden 2D, Noodle, Murdoc Niccals en Russel Hobbs. Om alle tekeningen en animaties auteursrechtelijk te beschermen en aan te prijzen werd het bedrijf Zombie Flesh Eaters opgericht.

    De officiële website van de band ging in oktober 2000 de lucht in. De site was een verbeelding van de Kong Studios, waar de muziek van de band zogenaamd werd opgenomen. Ook kwam de ep Tomorrow Comes Today uit. In het blad Dazed and Confused werd het allereerste interview gegeven. In dat blad ontkende Albarn dat hij achter Gorillaz zat, maar dat Dan the Automator de initiatiefnemer zou zijn. Deze veronderstelling zou nog een jaar in stand worden gehouden, totdat echt duidelijk werd dat Albarn het meeste werk verzette. Toch hield Albarn vol dat Gorillaz moet gezien worden als een collectief, waaraan alle medewerkers evenveel hebben bijgedragen. In 2000 was er nog steeds weinig promotie van de band, totdat er in december een promo uitkwam met 3 remixes (waaronder de "Clint Eastwood (Ed Case Refix)" die ook te vinden was op het debuutalbum). In januari 2001 werd de muziekvideo van "Clint Eastwood" uitgebracht. Ter promotie werden er dit keer wel interviews gegeven en verscheen de band op de voorkant van NME.

    2001 - 2003: Debuutalbum

    Op 22 maart vond het eerste concert plaats in King's Cross Scala in Londen. Het concert werd gehouden zoals het in de jaren erop ook zou worden gehouden: geprojecteerde animaties met de echte fysieke band achter een scherm. Het debuutalbum Gorillaz kwam uit op 26 maart en bereikte de derde plaats in de Engelse Album Chart. De tweede single werd "19-2000". Later werd in het Europese vasteland het album opnieuw uitgebracht, ditmaal met de Soulchild Remix van "19-2000". Rond dezelfde tijd maakte Albarn een collaboratie met rapper Redman: "19-2000" werd opnieuw opgenomen met zijn rap. Samen met D12 (zonder Eminem) en Terry Hall werd de single "911" gemaakt, een nummer over de terroristische aanslagen op 11 september 2001.

    In november kwam de derde single "Rock the House" uit, tegelijkertijd met de mockumentary 'Charts Of Darkness'. In december volgde het album G-Sides, een compilatie van alle b-sides van Gorillaz. Het jaar 2002 begon met een optreden tijdens de Brit Awards in Londen. Daarna vertrok de band naar de Verenigde Staten voor 11 optredens. "Tomorrow Comes Today" werd opnieuw uitgebracht in Engeland, wat leidde tot een 33e plaats in de hitlijst. In juni kwam het album Laika Come Home uit, een remix van Gorillaz die geproduceerd werd door Spacemonkeyz. De single "Lil' Dub Chefin'" die daarbij werd uitgebracht was een mix van "M1 A1". In juni gaf Gorillaz een optreden tijdens het Isle Of MTV-festival in Portugal. Albarn vertelde na afloop dat dit het laatste concert van Gorillaz ooit zou zijn. Er lagen plannen voor een speelfilm en het volgende album zou dan de bijbehorende soundtrack worden. Onderhandelingen werden gevoerd met DreamWorks, maar liepen op niets uit. In november kwam de dvd Phase One: Celebrity Take Down uit, met materiaal van concerten, muziekvideo's en 'Charts Of Darkness'. De dvd werd in dezelfde stijl als de website geproduceerd.

    Doordat Albarn heel 2003 bezig was met Blur werd er in dat jaar geen Gorillaz-materiaal uitgegeven. Hewlett hield zich ondertussen bezig met de speelfilm. Uiteindelijk werden de onderhandelingen afgebroken omdat de medewerkers het niet eens konden worden over het script. Begin 2004 werd er toch begonnen aan een nieuw album en Danger Mouse werd gevraagd om het te produceren. De nieuwe start zorgde er ook voor dat de website veel nieuwe inhoud kreeg, waaronder een video voor het nummer "Rock It".

    2003 - 2006: Demon Days en overige uitgaven

    In mei 2005 komt het album Demon Days uit. Dit album werd vijfmaal platina in het Verenigd Koninkrijk, dubbelplatina in de Verenigde Staten en verkocht wereldwijd zes miljoen exemplaren. De eerste single "Feel Good Inc." werd genomineerd als beste single bij de Grammy Awards. De winnaars mochten meewerken aan de illustraties en animaties van de vierde single "Kids With Guns/El Mañana".

    Om Demon Days te promoten werden er van 1 tot en met 5 november 2005 vijf concerten gehouden in het Manchester Opera House. De concerten kregen de naam Demon Days Live. De reeks van vijf werd een jaar later herhaald in het New Yorkse Apollo Theatre.

    Er werden plannen bekendgemaakt voor een circusopera, waarbij de muziek door Albarn en de visuele elementen door Hewlett werd verzorgd.

    Albarn herhaalde in 2007 dat er geen albums meer zouden volgen, en dat een film het enige lopende project zou zijn.

    2008 - heden: Journey to the West en Plastic Beach

    In 2008 verscheen ook de soundtrack voor Monkey: Journey to the West.

    Plastic Beach verscheen in maart, gevolgd door de eerste singles "Stylo" en "On Melancholy Hill".

    Muzikaal gedeelte

    In de verschillende uitgaven van Gorillaz laten ze een grote variëteit van muziekstijlen horen. Rolling Stone omschrijft de stijl op Demon Days als een "mix tussen art pop, hiphop, dub en dance.

    Medewerkers aan het Gorillaz-project

    De enige twee vaste mensen achter het Gorillaz-project zijn Damon Albarn en Jamie Hewlett. Het muzikale gedeelte van Gorillaz wordt verzorgd door Albarn, waarbij hij hulp heeft gekregen van een groot aantal artiesten. Twee mensen die het samen met Albarn het gehele proces van een album hadden meegemaakt, waren de producers Dan the Automator (voor Gorillaz) en Danger Mouse (voor Demon Days). Albarn en Hewlett benaderden voor Gorillaz zowel mensen uit persoonlijke kring als onbekenden. Hewlett: "Het was geluk dat Damon en ik vrienden waren. Dat is alles. (...) Daarna vroegen we Cass

    Gorillaz werd geproduceerd door Dan the Automator. Het was Dan die DJ Kid Koala en Del tha Funkee Homosapien bij de sessies betrokken kreeg; zo nam hij de raps van Del tha Funkee Homosapien op in de Verenigde Staten en bracht hij ze persoonlijk naar Londen om ze in de nummers te passen. DJ Kid Koala produceerde enkele scratches op het album, terwijl Del tha Funkee Homosapien een bijdrage aan "Clint Eastwood" en "Rock the House" leverde. Daarnaast vroeg Dan the Automator ook aan Tina Weymouth om een brijdrage te leveren aan "19-2000".

    Het hoofd van het visuele gedeelte is Jamie Hewlett. Hij wordt daarbij geholpen door medewerkers van zijn eigen Zombie Flesh Eaters. Dit bedrijf werd door Hewlett opgericht om aan de vraag naar Gorillaz-animaties te kunnen voldoen. Zombie Flesh Eaters zorgt onder andere voor de creatie, ontwerp en ontwikkeling van de Gorillaz-website, behandelen van 'interviews' en reacties op fora die de fictionele Gorillaz-leden geven, het ontwerpen van de Gorillaz-cd's en de dvd's, zoals Phase One: Celebrity Take Down.

    Visueel gedeelte en achtergrond

    Gorillaz is een virtuele band; vier fictionele bandleden zijn door Albarn en Hewlett gecreëerd en worden daarmee 'verantwoordelijk' gehouden voor de muziek. Albarn, hiervoor bekend als lid van Blur, gaf als reden hiervoor aan dat hij zich nu ook aan andere muziekstijlen kon wagen. Albarn kon zich achter een groep stripfiguren 'verschuilen', en werd daardoor niet beoordeeld op huidskleur of zijn Blur-achtergrond. De fictionele bandleden waren:

    • 2D (of Stu-Pot, afgeleid van zijn echte naam Stuart Pot) is de leadzanger en gitarist van de band. 2D wordt neergezet als een zachtaardig en naïef persoon. Hij was volgens het verhaal opgegroeid in Hertfordshire en ontmoette Murdoc Niccals nadat hij een raamkraak pleegde op het bedrijf waar 2D werkte. Hij raakte gewond, maar Niccals redde hem en koos hem later als leadzanger voor zijn nieuwe band.[45] De zang van 2D wordt doorgaans ingezongen door Albarn.
    • Noodle is de gitariste van de band. Ze is geboren in Osaka en op haar 10e verhuisd naar Engeland. Noodle kwam bij de band nadat ze op een NME-advertentie reageerde. Ze werd in een FedEx-zeecontainer uit Japan bezorgd.[46]
    • Murdoc Niccals is de bassist en (naar eigen zeggen) leider van de band. Niccals is kenmerkend door zijn botte gedrag en verslavingen. Murdoc begint met het spelen van enkele kleine bands totdat hij bij Gorillaz uitkomt.[47] Zijn naam is waarschijnlijk afgeleid van Morgan Nicholls, bassist tijdens optredens van Gorillaz.
    • Russel Hobbs is de drummer van de band. Hobbs komt uit New York City en was in zijn jeugd bezeten door demonen. Volgens het Gorillaz-verhaal komt Hobbs aan zijn talent nadat hij zijn vrienden bij een schietpartij verloor en al hun zielen in zijn lichaam kreeg.[48] Een van deze zielen heette Del, waarschijnlijk afgeleid van Del tha Funkee Homosapien.

    Het verhaal waarin de vier bandleden elkaar ontmoetten en een band vormen, is ook gecreëerd door Albarn en Hewlett. Zo had de band haar eerste optreden in het Camden Brownhouse. Ook wordt Kong Studios uitvoerig beschreven. Het was een spookachtige studio met een nogal grimmige achtergrond. Het bevond zich bovenop een heuvel in Districtshire, Essex, te midden van een vuilnisstort en een platgegooid kerkhof. Het was ook de plek waar de virtuele leden in gingen wonen en is de basis voor de Gorillaz-website. In de Gorillaz-biografie doen zich meer bizarre gebeurtenissen voor, zoals Murdoc Niccals die asbakken steelt uit de Playboy Mansion en Russel Hobbs die tijdelijk introk in de kelder van Ike Turner. Het verhaal dat tot nu toe bekend is, beschrijft de band tot aan de opnamen van Demon Days.

    Concerten

    Gorillaz begon in 2001 met het organiseren van concerten. De band bestond live uit een redelijk vast team, aangevuld met gastartiesten die vaak ook op het album meegewerkt hadden. Damon Albarn was altijd aanwezig als zanger, gitarist en/of toetsenist. Simon Katz en Simon Tong hielpen tijdens de Gorillaz-toer mee met het gitaarwerk, Morgan Nicholls en Junior Dan speelden basgitaar en Cass Browne speelde drums. Mike Smith speelde saxofoon en/of keyboards, Darren Galea verzorgde de scratches en Haruka Kuroda de achtergrondzang. Ook was Phi Life Cypher te horen voor de rap in de nummers. Voor de Amerikaanse optredens waren ook rapper Jamal Grey, bassist Roberto Occhipinti en Dan the Automator te zien. Voor optredens in 2005 had Gorillaz de Demon Days Live Band. Deze bestond naast sommige eerder genoemde artiesen ook uit andere muzikanten, een strijkorkest, twee kinderkoren en een gospelkoor. Deze muzikanten speelden achter een wit, lichtdoorlatend scherm, waardoor er af en toe silhouetten te zien waren. Op het scherm werden animaties en Flashvideo's van de virtuele bandleden geprojecteerd. Alhoewel de zang door vocalisten (zoals Albarn) werd gezongen, hadden de karakters hun eigen stemartiesten.

    In 2001 werden 12 concerten gehouden in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Ierland en Japan. De concerten werden per avond anders aangepakt, waardoor er vele versies ontstonden. Tijdens het eerste concert in King's Cross Scala werden fragmenten van de Apex Tapes vertoond, iets wat meteen de laatste keer was. Voor twee optredens in december 2001 werden de animaties aangepast zodat er afbeeldingen van de oorlog in Afghanistan konden worden vertoond. Voor de Amerikaanse toer in 2002 werden er twee schermen geïntroduceerd: op het bovenste scherm werden de eerder vertoonde animaties vertoond; op het onderste scherm werden stukken uit interviews getoond. Voor de Brit Awards in hetzelfde jaar werden ook dansers op het podium geplaatst. Ook werden toen 3D-modellen van de virtuele bandleden getoond.

    Voor de Demon Days Live-concerten in Manchester in 2005 was bijna iedereen die mee had gewerkt aan het album aanwezig: Neneh Cherry, Bootie Brown, De La Soul, Ike Turner, Roots Manuva, Martina Topley-Bird en Shaun Ryder deden één of meerdere keren een optreden. Voor de afwezigen werden opnamen gebruikt. Het verschil met eerdere concerten was dat de artiesten dit keer wel zichtbaar waren. De enige uitzondering was Damon Albarn, die net zoals bij de Gorillaz-toer in silhouette-vorm zichtbaar was. Op het podium waren in totaal meer dan 80 mensen aanwezig, waarvan dertig voor het kinderkoor en twintig voor het gospelkoor.

    In 2010 begon Gorillaz aan een nieuwe toer ter promotie van Plastic Beach. Bij deze concerten waren alle bandleden en gasten (inclusief Albarn) op het podium te zien. De band werd vergezeld door beelden op de achtergrond, gecreëerd door Hewlett. Bij de Londense Roundhouse-concerten in eind maart waren onder andere Mos Def, Bobby Womack, De la Soul, Mick Jones en Paul Simonon te gast. Snoop Dogg kon niet aanwezig zijn, maar gaf een bijdrage via eerder opgenomen videobeelden.

    Multimedia

    Het Gorillaz-project heeft sinds zijn oprichting onder meer interviews, websites, een opera, geanimeerde dvd's, een autobiografie en een documentaire voortgebracht. Daarnaast hebben de mensen achter Gorillaz op verschillende manieren nieuwe media zoals internet en web 2.0-toepassingen gebruikt. Gebeurtenissen die normale bands deden maar voor een virtuele band onmogelijk waren, werden door het Gorillaz-team op hun eigen manier opgelost: er werden chatsessies met de virtuele bandleden gehouden,

    Kong Studios is ook de basis van de officiële website van Gorillaz. De site werd gemaakt met Flash en bevat een grotere mate van interactiviteit dan de doorsnee website. Bezoekers worden door de studio geleid en kunnen op objecten en karakters klikken. De gebruiker zag de kamers van de virtuele bandleden; zo was te zien dat 2D een boeddhist was en een Free Tibet-campagne steunde. De website kende drie versies: de eerste werd in 2000 gelanceerd. De tweede volgde twee jaar later. De derde en huidige versie verscheen in december 2004. Een nieuwe functie daarvan was de mogelijkheid om attributen te verzamelen. Alle versies werden gecreëerd door Zombie Flesh Eaters.

    Gorillaz leverde het niet eerder uitgebrachte nummer "Dub Dumb" aan het PlayStation 2-spel Music Generator 2, een spel waarbij de speler door middel van samples hun eigen compositie kan creëren.

    In januari 2010 begon Murdoc Niccals met het intensief gebruiken van Twitter. Hij liet onder andere informatie los over het derde Gorillaz-album.

    Discografie

    Autobiografie

    • 2007 - Rise of the Ogre (Michael Joseph Ltd./Riverhead Books; ISBN 1-59448-931-9)

    Prijzen en nominaties

    Genomineerd

    Externe link

    Deze tekst is beschikbaar volgens "Creatieve Commons Attribution/Share Alike Licentie". Extra voorwaarden kunnen van toepassing zijn. Bekijk hiervoor de Creative Commons website voor details. Auteur van de tekst hierboven.