Chicago

  • Chicago is een Amerikaanse band uit Chicago. De band is vooral populair in Amerika en Japan en heeft wereldwijd meer dan 100 miljoen platen verkocht.

    Biografie

    1967-1975

    De band werd in 1967 opgericht als The Chicago Transit Authority, maar op last van de echte CTA moest dat al na de eerste dubbelelpee worden verkort tot Chicago. Op dat eerste album staan vier opvallende composities: I'm a man (cover van de Spencer Davis Group), The Whole World Is Watching en Liberation (opgenomen tijdens een demonstratie) en Free form guitar (een eerste versie van een distortiongitaarsolo van Terry Kath). Andere nummers zijn Does Anybody Really Know What Time It Is ? (pas in 1971 op single uitgebracht), Beginnings en Questions 67 & 68.

    De band maakte in eerste instantie stevige rockmuziek waarin jazzinvloeden een hoofdrol spelen. De nummers werden gezongen door Terry Kath, pianist Robert Lamm en bassist Peter Cetera. Qua populariteit had Chicago in de begintijd stevige concurrentie van het gelijkgestemde Blood, Sweat and Tears.

    In 1972 verscheen Chicago V waarvan Saturday in the park (4th of July) in de Verenigde Staten een nummer 3-hit wordt; het succes was dusdanig dat er bijna twintig jaar later een festival naar werd vernoemd.

    In 1974 werd de band uitgebreid met de Braziliaanse percussionist Laudir de Oliveira (ex-Sergio Mendes Brazil 66). Robert Lamm nam een soloplaat op waaraan Peter Cetera en de Pointer Sisters hun medewerking verleenden; het titelnummer Skinny Boy stond ook op het tegelijkertijd uitgebrachte Chicago VII maar dan met blazers. De Beach Boys zijn te horen in het nummer Wishing You Were Here. Dit beviel zo goed dat beide bands erop uit trokken voor een dubbeltournee; geheel volgens dit concept traden ze eerst apart op en daarna samen.

    1976-1985

    In juni 1976 verscheen Chicago X met de hit If You Leave Me Now; dit betekende het begin van een periode waarin er vooral met ballads werd gescoord en Peter Cetera tot de voornaamste frontman uitgroeide. De Braziliaans getinte single You Are On My Mind, geschreven en gezongen door trombonist Jimmy Pankow (nadat Cetera, Kath en Lamm het vergeefs hadden uitgeprobeerd), was het openingsnummer van de bijbehorende tournee en maakt nog altijd deel uit van het live-repertoire.

    In 1977 verscheen Chicago XI waarop Pankow wederom een nummer voor rekening nam. De grootste hit die dit album voortbracht, is wederom een ballad van Cetera; Baby What A Big Surprise.

    Gitarist Terry Kath was niet blij met deze koerswijziging; op 23 januari 1978 overleed hij aan Russische Roulette (hij dacht dat het pistool ongeladen was). Waar Blood Sweat and Tears ten onder is gegaan aan de vele bezettingswijzigingen, besloot Chicago om door te gaan. Kaths plaats werd ingenomen door gitarist Donny Dacus, eerder actief bij Chris Hilman, Stephen Stills en Roger McGuinn. Het twaalfde album heet niet Chicago XII, maar Hot Streets. De blazers verleenden een gastbijdrage aan het Bee Gees-nummer Too Much Heaven.

    In 1979 verscheen Chicago 13, dat voor de verandering niet in Romeinse cijfers is genummerd. Het disconummer Streetplayer werd pas in 1994 een Nederlandse hit als sample in The Bomb van The Bucketheads. In 2009 gebruikte rapper Pitbull vrijwel dezelfde sample in zijn zomerhit I Know You Want Me (Calle Ocho).

    Chicago XIV uit 1980 had weer de Romeinse cijfers, maar de blazers zijn tot een bijrol teruggebracht. De plaat werd geen succes. Dacus had de band dan ondertussen al weer verlaten omdat de benodigde chemie met de rest van de band ontbrak.

    In 1981 nam Cetera een solo-album op dat niet werd gepromoot omdat de platenmaatschappij bang was dat hij Chicago zou verlaten. Zijn Hard To Say I'm Sorry van Chicago 16 zorgde eind 1982 weer voor hitsucces. Inmiddels was de band uitgebreid met zanger/pianist Bill Champlin die de nummers van Kath voor rekening nam.

    In mei 1984 verscheen Chicago 17, dat alle voorgaande successen overtrof met de singles Stay The Night, Hard Habit To Break, You're The Inspiration en Along Comes A Woman; allemaal gezongen door Peter Cetera.

    Na de 17-tournee wou Cetera weer een solo-album opnemen; zijn voorstel om een pauze te nemen werd echter afgewezen en dus hield hij het in juli 1985 voor gezien. In 1986 scoorde hij zijn eerste solohit met het voor de soundtrack van Karate Kid II opgenomen Glory of Love. Cetera treedt nog steeds op met solomateriaal en Chicago-hits.

    1986-1991

    Chicago ging verder met Jason Scheff; deze zoon van voormalig Elvis Presley-bassist Jerry Scheff heeft een soortgelijke stem als Cetera. De albums Chicago XVIII en Chicago XIX bewezen dat de band ook zonder Cetera weet te scoren.

    In 1989 verscheen de hitverzamelaar (Chicago XX) en ging Chicago na veertien jaar weer op tournee met de Beach Boys.

    Op het in 1991 uitgebrachte Chicago Twenty1 (met de nieuwe drummer Tris Imboden) traden de blazers weer op de voorgrond, maar hits werden niet meer gescoord.

    2000-nu

    In 2004-2005 ging Chicago voor het eerst op tournee met het bevriende Earth, Wind & Fire; ook de 'Mighty Elements' hebben platen opgenomen op de Caribou Ranch en hun hit After the Love Has Gone (van het album I Am uit 1979) is mee geschreven door Bill Champlin. Het dubbelconcert in de Greek Theatre, Los Angeles werd opgenomen voor dvd-uitgave en naar aanleiding van dit succes kwam er een tweede reeks gezamenlijke optredens. Daarna werd het kerstalbum Chicago XXV uitgebracht.

    In 2006 verscheen Chicago XXX en was er een dubbeltournee met Huey Lewis & The News; Bill Champlin zong een aantal nummers met deze band en omgekeerd kreeg Lewis de hoofdrol toebedeeld in Colour My World .

    Op 17 juni 2008 werd Chicago XXXII: Stone of Sisyphus uitgebracht; dit album was oorspronkelijk opgenomen in 1993 en had in maart 1994 moeten verschijnen (als Twenty 2), maar bleef uiteindelijk op de plank liggen. Voor de dubbeltournee van dat jaar deelde de band de affiche en het podium met de Doobie Brothers.

    In de zomer van 2009 waren Chicago en EWF wederom samen op pad om dertig concerten lang geld in te zamelen voor de voedselbank. Om dit goede doel verder te steunen hebben beide bands een single opgenomen waarop ze elkaars werk coverden (Wishing You Were Here en Can't Let Go) en een nieuw nummer (You) ten gehore brachten.

    Na afloop van de tournee hield Bill Champlin het voor gezien omdat de band in een artistiek dal zou gezeten hebben.

    In 2010 toerde Chicago (bijgestaan door de tot percussionist gepromoveerde invaldrummer Drew Hester) weer met de Doobie Brothers en maakte Robert Lamm bekend dat er een nieuw album komt dat door Phil Ramone zou worden geproduceerd.

    Hits in Nederland

    In Nederland heeft Chicago maar één nummer 1-hit gehad in zowel de Top 40 als de Nationale Hitparade, namelijk If You Leave Me Now. Chicago was in de Nederlandse hitlijsten niet zo succesvol. Sterker nog, er kwamen maar drie singles in de top 10; niet een geweldige prestatie voor een wereldband die in 2007 veertig jaar bestaat. Er zijn in totaal zeventien singles uitgebracht in Nederland waarvan er twaalf in de Top 40 zijn terechtgekomen en vijf niet hoger kwamen dan de Tipparade.

    Een aantal van dertien albums haalde de Album Top 100, waarvan Chicago - The Heart Of uit 1990 het meeste succes had: hoogste positie nummer 3 en hij bleef in totaal 45 weken hangen in de lijst.

    The Bomb

    In 1995 was Chicago ongewild onderdeel van een wereldhit van een ander. De New Yorkse house-dj Kenny "Dope" Gonzalez van Masters at Work gebruikte het nummer Street player als basis voor de plaat The Bomb van Bucketheads. Het nummer belandde in vele landen hoog in de hitlijsten en bereikte ook in Nederland de top 10. Kenny heeft de sample echter illegaal gebruikt en moest daarom een fors geldbedrag betalen aan de leden van Chicago.

    Albums (selectief)

    • 1969 - Chicago Transit Authority;
    • 1970 - Chicago II;
    • 1971 - Chicago III;
    • 1971 - Chicago IV, live at Carnegie Hall, direct live ingespeeld;
    • 1972 - Chicago V, ze verdienen er een optreden met Duke Ellington mee;
    • 1973 - Chicago VI;
    • 1974 - Chicago VII, met de laatste jazzkarakteristieken;
    • 1975 - Chicago VIII, begin van de hitmachine;
    • 1975 - Chicago IX, Greatest Hits;
    • 1976 - Chicago X met de hit If you leave me now;
    • 1977 - Chicago XI met de hit Baby, what a big surprise;
    • 1978 - Chicago XII, Chicago Hot Streets;
    • 1979 - Chicago XIII;
    • 1980 - Chicago XIV;
    • 1981 - Chicago XV, Greatest Hits vol.2;
    • 1982 - Chicago XVI met de hit Hard to say I'm sorry;
    • 1984 - Chicago XVII met de hit You're the inspiration;
    • 1986 - Chicago XVIII;
    • 1988 - Chicago XIX;
    • 1990 - Chicago XX, Greatest Hits 1982 - 1989;
    • 1991 - Chicago Twenty I;
    • 1995 - Chicago XXII met bewerkingen van jazz-evergreens (bigbandmuziek);
    • 1997 - Chicago XXIII, The Heart of Chicago, 1969 - 1997 30th Anniversary;
    • 1998 - Chicago XXIV, The Heart of Chicago, 1969 - 1998 30th Anniversary vol. 2;
    • 1998 - Chicago XXV het kerstalbum, (in Europa moeilijk verkrijgbaar);
    • 1999 - Chicago XXVI livealbum (idem)
    • 2002 - Chicago XXVII Verzamelalbum Only In the beginning (*)
    • 2003 - Chicago XXVIII Verzamelalbum The Box: 5 cd´s en 1 DVD (*)
    • 2005 - Chicago XXIX Verzamelalbum Love Songs (*)
    • 2006 - Chicago XXX
    • 2007 - Chicago XXXI The Best of Chicago, 40th Anniversary Edition (*)
    • 2008 - Chicago XXXII Stone of Sisyphus, de "verloren" cd, (eigenlijk Chicago XXII)

    Albums met (*) zijn niet officieel genummerd, maar hier voor het overzicht wel.

    Externe links

    Deze tekst is beschikbaar volgens "Creatieve Commons Attribution/Share Alike Licentie". Extra voorwaarden kunnen van toepassing zijn. Bekijk hiervoor de Creative Commons website voor details. Auteur van de tekst hierboven.