Paul Weller

  • John William Weller (Paul Weller; Woking, Surrey), 25 mei 1958) is een Brits muzikant en zanger. Hij werd bekend met de bands The Jam en The Style Council, alvorens vanaf begin jaren negentig als solo-artiest aan het werk te gaan. Sindsdien staat Weller bekend als een van de meest geliefde en invloedrijke artiesten van Groot-Brittannië.

    Biografie

    Jeugd

    Weller groeit op als zoon van Ann (schoonmaakster) en John Weller (taxichauffeur, amateurbokser, bouwvakker); hoewel hij het niet breed heeft zetten z'n ouders alles op alles om hem te geven waar hij om vraagt. Als tiener ontdekt Weller The Beatles en raakt hij geïnteresseerd in de Modcultuur.

    The Style Council

    Solocarrière

    In zijn Style Council-periode deed Weller steeds verwoedere pogingen om het Jam-imago af te schudden met als gevolg dat hij niet alleen zijn fans kwijtraakte maar ook zichzelf. In 1990, wanneer hij voor het eerst in dertien jaar zonder platencontract zit keert hij noodgedwongen terug naar zijn roots. Hij luistert weer naar de muziek uit zijn jeugd maar ook naar artiesten als Neil Young, Van Morrison en Steve Winwood in diens Traffic-periode.

    Deze "mannen met baarden", die hij jarenlang heeft verafschuwd, inspireren hem om weer liedjes te schrijven op de akoestische gitaar; de eerste resultaten worden vanaf november 1990 in de kleine zalen ten gehore gebracht met de Paul Weller Movement (waarvoor ex-Councildrummer Steve White weer in dienst wordt genomen). Het tekort aan solomateriaal wordt opgevuld met enkele Jam- en Council-nummers.

    In 1991 verschijnt de eigen beheer-single Into Tomorrow met op de B-kant het van Modernism afkomstige That Spritual Thing. Weller is er zich van bewust dat geen enkele grote platenmaatschappij zich naar zijn voorwaarden zal schikken, maar als hij in november door Japan toert krijgt hij het zakgeld toegediend om er zijn eerste solo-album van op te nemen.

    Voor de Europese markt tekent Weller bij Go! Discs, een onafhankelijke platenmaatschappij die hem wel die artistieke vrijheid gunt waar hij zo op gesteld is. Maar omdat PolyGram de distributeur is moet hij een flink percentage aan royalty's afstaan plus de rechten op de catalogi van The Jam en The Style Council. Op 31 augustus 1992 verschijnt zijn titelloze solodebuut, waarop de singles Uh-Hoh, Oh-Yeh en Above The Clouds te vinden zijn. De experimentele Council-albums Cost of Loving en Confessions Of A Pop Group liggen de critici echter nog vers in het geheugen.

    Pas als Weller op 6 september 1993 zijn tweede album (Wild Wood) uitbrengt sluit Engeland hem opnieuw in de armen. Hij wint een Brit Award voor Beste Mannelijke Artiest, staat weer in uitverkochte zalen, brengt een live-album uit (Live Wood) en wordt door de Britpopgeneratie tot Modfather verheven. Maar zoals hij op de B-kant van Above The Clouds zingt, Everything Has A Price To Pay; en het hernieuwde succes gaat ten koste van zijn huwelijk dat inmiddels ook een dochter (Leah) heeft voortgebracht.

    Voorafgegaan door de singles Out Of The Sinking en The Changing Man brengt Weller in 1995 zijn derde soloalbum uit waarop hij wordt bijgestaan door o.a. Steve Winwood, leden van het op sleeptouw genomen Ocean Colour Scene en Noel Gallagher (in ruil voor medewerking aan What's the Story Morning Glory? van Oasis).

    Stanley Road, vernoemd naar zijn gesloopte jeugdadres, komt vanuit het niets op één en blijft een jaar lang in de albumlijsten. In Nederland wordt het zijn succesvolste plaat sinds The Gift van The Jam. Ook de derde single You Do Something To Me doet het goed. Speciaal voor het benefietalbum van Warchild formeert Weller met Paul McCartney en Noel Gallagher The Smokin' Mojo Filters; ze nemen een coverversie op van het Beatles-nummer Come Together.

    Op 9 juni 1996 geeft Weller een openluchtconcert in Finsbury Park; zelf noemt hij het "A Lazy Sunday" (naar de hit van de Small Faces), maar de lovende pers heeft er een ander woord voor; "Modstock", naar de tweejaarlijkse reünieconcerten die Madness hier gedurende de jaren negentig geeft. In augustus scoort hij zijn eerste, en tot nu toe enige, solo top 5-hit met Peacock Suit. Dit nummer is een voorproefje van de in 1997 te verschijnen opvolger van Stanley Road.

    Heavy Soul wordt nummer 2 in de albumlijsten, maar het succes van zijn voorganger wordt niet geëvenaard. En daar komt ook nog bij dat Go! Discs wordt overgenomen en opgeheven door PolyGram. Weller wordt bij Island ondergebracht aan wie hij twee albums moet leveren, te beginnen met het hitoverzicht Modern Classics (een knipoog naar Modernism dat alsnog is uitgebracht als onderdeel van een boxset). In 1999 doet Weller het wat rustiger aan en aan het eind van het jaar wordt Wild Wood, mede dankzij een bierreclame, opnieuw een hit.

    Na het album Heliocentric (2000) mag Weller eindelijk vertrekken bij Island en tekent hij een contract bij Independiente, het nieuwe label van ex-Go! Discs-baas Andy MacDonald. Hij debuteert met Days Of Speed, het live-verslag van de akoestische solotournee uit 2001. Nieuw studiowerk verschijnt in 2002; op Illumination werkt Weller niet langer samen met Brendan Lynch en kruipt hij weer zelf achter de productietafel. Het levert hem dan wel een nummer 1 album op, maar Stanley Road blijft nog altijd ongeëvenaard. Om financiële redenen wordt besloten het contract te beëindigen, waardoor het rariteitenkabinet Fly On The Wall (2003) op Island verschijnt.

    Weller tekent bij V2, het nieuwe label van ex-Virgin baas Richard Branson en neemt in 2004 een album met covers op. Hij doet dat in de Amsterdamse Studio 150 dat tevens de naamgever is voor deze verzameling. Studio 150 doet het een stuk beter dan voorgaande platen en levert o.a. de single Wishing On A Star (Rose Royce) op. Thinking Of You wordt het themanummer van Children in Need, de jaarlijkse BBC-inzamelingsactie voor kansarme kinderen.

    In 2005 wordt het tienjarig jubileum van Stanley Road gevierd met een luxe heruitgave; later in het jaar verschijnt As Is Now waarmee Weller volgens de pers eindelijk een waardige opvolger voor zijn succesplaat heeft afgeleverd. Op 5 december, de dag waarop Weller een concert geeft in de Alexandra Palace, verschijnt de single Here's The Good News waaraan een Nederlands tintje kleeft; een van de B-kantjes heet Super Lekker Stoned.

    In 2006 ontvangt Weller een oeuvreprijs tijdens de Brit Awards en geeft een mini-concert waarin ook A Town Called Malice voorbijkomt. As Is Now wordt opnieuw uitgebracht met toegevoegde live-opnamen. Deze komen echter niet van de Brits maar van de Ally Pally als voorproefje van het live-album Catch Flame. Weller heeft altijd geweigerd om Jam-, Council- en solonummers op een dezelfde verzamelaar te laten uitbrengen, maar Hit Parade vormt daar een uitzondering op.

    2007; Weller verleent zijn medewerking aan een herdenkingsconcert voor Traffic-drummer Jim Capaldi en staat op 07-07-07 op Live Earth. Met vaste gitarist Steve Craddock (tevens OCS) begint hij aan een duotournee die ze op 14 september naar de Paradiso brengt. Op 29 oktober verschijnt een luxe heruitgave van Wild Wood. Het titelnummer is door zangeres Gabrielle gesampled voor haar single Why ?, met medewerking van the man himself.

    In mei 2008 verschijnt het dubbelalbum 22 Dreams.

    Op 24 april 2009 verliest Weller zijn vader die meer dan 30 jaar z'n manager is geweest.

    In april 2010 komt het album Wake Up The Nation uit; Bruce Foxton, met wie hij sinds 2006 weer on speaking terms is, speelt een nummer mee en is te gast bij twee concerten.

    In 2012 verschijnt Sonik Kicks waarop Krautrock-invloeden te horen zijn. De samenwerking met Foxton krijgt een vervolg op diens tweede solo-album.

    Discografie

    Dvd's

    Deze tekst is beschikbaar volgens "Creatieve Commons Attribution/Share Alike Licentie". Extra voorwaarden kunnen van toepassing zijn. Bekijk hiervoor de Creative Commons website voor details. Auteur van de tekst hierboven.