This Note's for You

Neil Young

  • Neil Percival Young (Toronto (Ontario), 12 november 1945) is een Canadees singer-songwriter.

    Biografie

    Jeugd

    Neil Young is een zoon van schrijver en journalist Scott Young en diens vrouw Edna "Rassy" Ragland. Hij werd geboren op 12 november 1945 om kwart voor zeven 's ochtends in het Toronto General Hospital.

    Hij had een krantenwijk en stond 's ochtends vroeg op om de Globe and Mail te bezorgen. Voor het slapengaan luisterde hij naar de radiozender 1050-CHUM en raakte zo geïnteresseerd in muziek.

    Begin van muzikale loopbaan

    Zijn eerste succes boekte Young met The Squires, een rock-'n-rollgroep die verder uit drummer Ken Smyth, bassist Ken Koblun en slaggitarist Allan Bates bestond. Deze band maakte instrumentale muziek en coverde popliedjes van onder andere The Shadows.

    In de zomer van 1964 gingen The Squires uit elkaar. Young deed het slecht op school en stopte ermee toen hij achttien jaar was.

    In januari 1966 sloot hij zich op verzoek van bassist Bruce Palmer aan bij The Mynah Birds uit Toronto.

    The Mynah Birds namen voor Motown zestien liedjes op. Ze combineerden rock-'n-roll met soul.

    Buffalo Springfield

    Palmer en Young verkochten de gitaar en de versterkers die Eaton hen had geschonken. Hun debuutalbum, Buffalo Springfield, werd in 1967 door Atlantic Records uitgegeven. De single For What It's Worth werd een grote hit.

    Young had voortdurend ruzie met Stills. In mei 1967 verliet hij de band, maar al na vier maanden keerde hij terug. Tijdens zijn afwezigheid speelde Buffalo Springfield onder meer op het Monterey Pop Festival, waarbij Young vervangen werd door David Crosby van The Byrds. In plaats daarvan werd Buffalo Springfield Again als opvolger van het debuut uitgegeven.

    De hereniging van Young met Buffalo Springfield was van korte duur. In mei 1968 verliet hij opnieuw de band en een paar weken later hield Buffalo Springfield op te bestaan. Young was teleurgesteld. In een interview in februari 1969 verklaarde hij dat de band meer had kunnen bereiken, maar dat het gebrekkige succes het onmogelijk maakte nog langer samen te werken: "It's hard enough to live with yourself, when you've considered what you've done a failure rather than a succes (...), living with four other guys is even harder." Het derde album, Last Time Around, werd op 30 juli 1968 uitgegeven.

    Solocarrière en CSNY

    Na Buffalo Springfield werkte Young aan zijn eerste soloalbum, Neil Young. Zijn manager Eliott Roberts en pianist Jack Nitzsche hielpen hem aan een platencontract bij Reprise Records, dat het album in november 1968 uitgaf.

    Na Everybody Knows This is Nowhere sloot Young zich aan bij de supergroep Crosby, Stills & Nash. Zij hadden al succes gehad met hun eerste album, CSN. Stills vroeg eerst John Sebastian van The Lovin' Spoonful, maar deze weigerde. In twee maanden namen ze het album Déjà Vu op. Het album was een groot succes. Er werden meer dan zeven miljoen exemplaren van verkocht. De liedjes Woodstock, geschreven door Joni Mitchell, Teach Your Children en Our House werden als singles uitgebracht.

    In de winter van 1969 toerden ze door Noord-Amerika en in 1970 door Europa. Op 6 januari dat jaar speelden ze in de Royal Albert Hall te Londen, met onder anderen Paul McCartney en Donovan als publiek. Dit was Youngs eerste optreden in Europa: "That was the first time we'd ever really been affected by nerves. (...) But when Neil gets nervous he plays very hard and puts his guitar out of tune and then has to tune back again", aldus Stills. In april 1971 bracht Atlantic Records het livealbum 4 Way Street uit.

    Na deze tournee laste de groep een korte pauze in en nam elk bandlid een soloalbum op: After the Gold Rush van Young, If I Could Only Remember My Name van Crosby, Songs for Beginners van Nash en Stephen Stills van Stills. Young speelde op de albums van zowel Crosby als Nash. Voor zijn werk met Nash maakte hij gebruik van het pseudoniem Joe Yankee. After the Gold Rush nam Young op met Crazy Horse, waar sindsdien ook pianist Jack Nitzsche deel van uitmaakte,

    Doorbraak

    In 1970 beschadigde Young zijn rug toen hij op zijn ranch stukken hout optilde.

    In februari 1971 reisde Young naar Nashville (Tennessee) voor een optreden in een televisieprogramma van Johnny Cash. Hij speelde "The Needle and the Damage Done" en "Journey Through the Past". Na de televisieopnamen ging hij naar een feestje van muziekproducent Elliot Mazer, waarbij ook James Taylor, Linda Ronstadt en Tony Joe White aanwezig waren.

    Op 11 augustus 1971 onderging Young in het Cedars of Lebanon Hospital in Los Angeles een operatie aan zijn rug, De single "Heart of Gold", met op de B-kant het liedje "Sugar Mountain", werd een Amerikaanse nummer één-hit.

    Donkere periode

    Na Harvest kwamen Crosby, Stills, Nash en Young weer bijeen. Ze gingen van eind mei tot begin juni 1973 met bassist Tim Drummond en drummer Johnny Barbata op vakantie naar het Hawaïaanse eiland Maui. Het album werd nooit uitgegeven.

    Young keerde zich af van het succes van Harvest door een aantal albums op te nemen die commercieel minder aantrekkelijk waren: Time Fades Away (1973), On the Beach (1974) en Tonight's the Night (1975). Dit drietal albums wordt ook wel aangeduid als The Ditch Trilogy.

    De muziek op de drie albums van The Ditch Trilogy is losjes of zelfs slordig gespeeld en de meeste liedjes zijn behoorlijk somber. In het begin van de jaren zeventig overleden Crazy Horse-lid Danny Whitten en roadie Bruce Berry. Deze gebeurtenissen drukten een stempel op met name Tonight's the Night,

    In een interview met Cameron Crowe, dat in augustus 1975 door Rolling Stone werd gepubliceerd, lichtte Young toe dat de aanzet voor deze donkere periode in zijn leven door het overlijden van Danny Whitten werd gegeven. Whitten kampte met een drugsverslaving. Bij een repeteersessie voor het begin van de Time Fades Away-tournee, waarbij verder Ben Keith, Jack Nitzsche, Tim Drummond en Kenny Buttrey aanwezig waren, stuurde Young hem naar huis omdat hij zo ver heen was dat hij niet meer in staat was om te spelen. Young werd nog diezelfde dag door een lijkschouwer gebeld met de boodschap dat Whitten aan een overdosis was overleden.

    Nieuw succes

    Na The Ditch Trilogy volgde in november 1975 weer een album met Crazy Horse, getiteld Zuma. Hierop staat één liedje met Crosby, Stills en Nash, "Through My Sails". Het album belandde op de 25ste plaats in de Amerikaanse hitlijst. Op het album staat ook het rocknummer "Cortez the Killer", dat door het muziekblad Rolling Stone op de 321ste plaats werd gezet in een lijst van de vijfhonderd beste liedjes aller tijden. Young zette in 1976 het succes van Zuma voort met Long May You Run, dat hij samen met Stephen Stills opnam. De samenwerking bleek echter wederom van korte duur toen Young plotseling een tournee met Stills afbrak. Op 25 november 1976 speelde Young tijdens het afscheidsconcert van The Band, The Last Waltz. Hierna volgde weer een soloalbum, getiteld American Stars 'n Bars. Linda Ronstadt werkte hieraan mee als achtergrondzangeres. In 1977 gaf Reprise Records ook het compilatiealbum Decade uit, met daarop vier niet eerder uitgebrachte liedjes. Met het folkalbum Comes a Time bereikte Young de zevende plaats in de Amerikaanse hitlijst.

    Experimentele jaren

    Young tekende in 1982 een platencontract bij het pas opgerichte Geffen Records.

    In 1988, opnieuw onder contract bij Reprise Records, maakt hij met The Bluenotes het bluesgeoriënteerde album This Note's for You. Met het gelijknamige liedje bekritiseerde Young de commercialisering van de muziek: "Ain't singin' for Pepsi, ain't singin' for Coke, I don't sing for nobody, makes me look like a joke". In de door Julien Temple geregisseerde muziekvideo werden onder anderen Michael Jackson en Whitney Houston gepersifleerd. Zij prezen respectievelijk Pepsi en Coca-Cola aan. MTV weigerde deze video uit te zenden: het was niet toegestaan om in muziekvideo's merkproducten te tonen. Volgens persvoorlichter Tina Exarhos hanteerde MTV dit beleid om de muziekvideo's van de reclames te onderscheiden. Anderen, onder wie Temple en Young zelf, beweerden dat het MTV erom ging zijn adverteerders een plezier te doen. De beslissing leverde deze muziekzender veel kritiek op, waarna delen van de video alsnog vertoond werden in hun eigen nieuwsprogramma. Het album met Crosby, Stills en Nash, getiteld American Dream, werd uiteindelijk in november 1988 door Atlantic Records uitgegeven. Begin 1989 verscheen de mini-elpee Eldorado, maar alleen in Japan en Australië. Later dat jaar verscheen Freedom, waarmee hij terugkeerde naar zijn oude stijl. Het nummer "Rockin' in the Free World" werd een bescheiden hit, maar groeide voor velen onder invloed van de val van het IJzeren Gordijn en het einde van de Koude Oorlog uit tot een lijflied.

    Jaren negentig

    Gedurende de jaren negentig werkte Young gestaag door. In 1990 verscheen het met Crazy Horse opgenomen Ragged Glory, gevolgd door het live-album Weld. In 1992 werd Harvest Moon uitgebracht. Dit album werd met dezelfde muzikanten opgenomen als het in 1972 uitgebrachte album Harvest. In 1993 verscheen Unplugged, waarmee Neil zichzelf wederom in de belangstelling zette. Hij schreef een nummer voor de film Philadelphia en werkte samen met Randy Bachman. Met Crazy Horse werd Sleeps With Angels opgenomen. De titel zou verwijzen naar Kurt Cobain. In 1995 nam de inmiddels tot Godfather of Grunge omgedoopte zanger met Pearl Jam het album Mirror Ball op. Ook produceerde hij de soundtrack voor de Jim Jarmusch-film Dead Man, met Johnny Depp. De samenwerking met Jim Jarmusch leidde in 1997 tot de rockumentary Year Of The Horse, grotendeels een verslag van de toer die volgde na de release van Broken Arrow een jaar eerder. Aan het eind van 1999 werd Looking Forward, het derde album met Crosby, Stills & Nash, uitgebracht.

    Jaren 2000-2009

    In 2000 kreeg hij een ster op Canada's Walk of Fame. De albums Silver And Gold en Road Rocks, Vol. 1 werden uitgebracht. Naar aanleiding van de aanslagen op 11 september schreef Young het nummer "Let's Roll", dat in het voorjaar van 2002 verscheen op het album Are You Passionate?. Hij bracht tijdens een benefietconcert, America: A Tribute to Heroes, het door John Lennon geschreven liedje "Imagine" ten gehore. In 2003 kwam het conceptalbum Greendale uit, dat vergezeld werd door zijn ondertussen vierde, gelijknamige film. In 2005 bracht hij de ingetogen, persoonlijk getinte cd Prairie Wind uit, waarvan een live-registratie werd gefilmd door Jonathan Demme en uitgebracht als Heart of Gold, en in 2006 Living With War, een stevig rockende aanklacht tegen het Irak-beleid van president George W. Bush. De archieven werden dan eindelijk geopend met de albums Live at the Fillmore East 1970 met Crazy Horse en het akoestische album Live at Massey Hall 1971 als eerste uitgaven.

    Eind 2007 verscheen Chrome Dreams II, vernoemd naar het dertig jaar eerder onuitgebrachte album Chrome Dreams. In februari 2008 toerde Neil Young door Europa waarbij hij kleine theaters aandeed. In juli keerde de zanger met zijn band, die naast Young bestond uit Ben Keith (gitaar), Ralph Molina (drums) en Rick Rosas (bas) terug naar Nederland en België. Op 4 juli speelden ze op Rock Werchter en op 11 juli op het Bospop-terrein in Weert. In de herfst werd de (concert)film Déjà Vu Live uitgebracht, een registratie van de twee jaar eerder gehouden Freedom Of Speech-tournee met Crosby, Stills & Nash, waarin hij felle kritiek uitte op de Irak-oorlog. November 2008 verscheen het derde deel uit de Neil Young Archives-series. Het betrof een van zijn eerste soloperformances na het uiteenvallen van Buffalo Springfield, getiteld Sugar Mountain. In april 2009 verscheen het 31e studioalbum Fork in the Road. In de zomer van 2009 kwam de langverwachte Neil Young Archives-box uit. Later dat jaar verscheen ook nog Dreamin' Man Live '92, een akoestische liveversie van het album Harvest Moon.

    Jaren 2010-heden

    In mei en juni 2010 ging Young op tournee door de Verenigde Staten. Bert Jansch stond in zijn voorprogramma. De tournee was getiteld de Twisted Road Tour. Hij speelde veel liedjes van zijn nieuwe soloalbum, dat aanvankelijk de titel Twisted Road zou krijgen.

    Young, Stills en Richie Furay kwamen in oktober 2010 voor het eerst sinds 1968 weer bijeen voor een reünie van Buffalo Springfield. Ze traden op tijdens het Bridge School Benefit en begonnen met het liedje "On the Way Home".

    In mei 2012 publiceerde het muziekblad SPIN een lijst van de honderd beste gitaristen aller tijden, waarin Young op de twintigste plaats stond.

    In januari 2014 voerde Young actie tegen de ontginning van de teerzanden in het Athabascagebied in Canada. Aan de actie koppelde hij een tournee met de naam Honour the Treaties. De opbrengst van vier van deze concerten werd ingezet voor de juridische strijd van de Athabasca Chipewyan First Nation (ACFN), een vertegenwoordiging van de Indiaanse stam die in het Athabascagebied leeft, tegen de Canadese overheid, die Shell Canada (onderdeel van Royal Dutch Shell) toestemming had gegeven om de ontginning verder uit te breiden. De ACFN maakt zich zorgen over de gevolgen voor het milieu, terwijl voorstanders van het project de economische belangen benadrukken. Young zorgde onder meer voor ophef toen hij in september 2013 Fort McMurray vergeleek met Hiroshima.

    Young nam met Jack White als muziekproducent het album A Letter Home op, dat in 2014 door Third Man Records werd uitgegeven. In de zomer van 2014 toert Young weer met Crazy Horse door Europa. Billy Talbot (basgitaar) kreeg in juni een lichte hartaanval en werd daarom vervangen door Rick Rosas. Op 4 november 2014 bracht hij het album Storytone uit, twee dagen later overleed Rick Rosas.

    Persoonlijk leven en andere activiteiten

    Neil Young is getrouwd met Pegi Morton. Samen hebben ze twee kinderen, dochter Amber en een ernstig gehandicapte, grotendeels verlamde zoon, Ben. Uit een vorige relatie begin jaren zeventig, met actrice Carrie Snodgress, werd zoon Zeke geboren, die met een hersenverlamming werd geboren.

    Young is sinds midden jaren 70 een enthousiast verzamelaar van modeltreinen van het merk Lionel. Sinds 1994 heeft hij een substantieel aandelenpakket opgebouwd in de producent van deze treinen. Hij houdt zich ook actief met het management van het bedrijf bezig. Youngs interesse in het bouwen van modelbanen is grotendeels te danken aan het feit dat hij zo samen met zijn zoon Ben bezig kan zijn. Achter zijn huis heeft Young een hal laten bouwen, waarin hij, samen met zijn familie, een zeer grote modelbaan heeft gebouwd.

    Neil Young is betrokken bij diverse goede doelen. Jaarlijks organiseert hij een benefiet-concert, waarvan de opbrengsten gaan naar de Bridge School in San Francisco. Hij heeft ook diverse bijdragen geleverd aan Farm Aid, een eveneens jaarlijks terugkerende actie om de aandacht te vestigen op de slechte financiële situatie waarin veel Amerikaanse boeren zich bevinden.

    In 2012 richtte Neil Young het bedrijf PonoMusic op, met als doel een en muziek- en mediaspeler aan te bieden die, in tegenstelling tot de mediaspelers die momenteel de draagbare audio-markt domineren, hoge resolutie-albums kan afspelen en tegelijkertijd eenvoudig te bedienen is.

    Stijl

    Kenmerkend voor de muziek zijn Youngs hoge, onvaste falsetto en zijn afwisselend akoestische en elektrische gitaarspel. AllMusic-schrijver Stephen Thomas Erlewine onderscheidt twee stijlen in de muziek van Young: gevoelige folk en countryrock aan de ene kant en 'verpletterend luide' gitaarrock aan de andere kant.

    Discografie

    • Zie ook discografie Buffalo Springfield.
    • Zie ook discografie Crosby, Stills, Nash & Young.

    Bootlegs (selectief)

    • 1976 - At the Roman Colosseum (Spaceward Records, Inc)
    • 1989 - Winterlong (2 cd, met Crazy Horse, Fillmore East 1970)
    • 1990 - In Concert
    • 1991 - Crime In The City
    • 1992 - The Lost Tapes (toegeschreven aan Neil Young, maar naar eigen zeggen niet van hem)
    • 1992 - Mirror Man
    • 1992 - Accoustic Young
    • 1993 - Keep On Rockin' In The Free World dubbel-cd met Booker T. & the M.G.'s
    • 2000 - Lucky Seventeen
    • 2003 - Young Dreams & Indians met het onuitgebrachte Chrome Dreams-album
    • 2006 - Going Back To Canada

    Video's

    • 1994 - The Complex Sessions
    • 2000 - Silver & Gold
    • 2000 - Year of the Horse geregisseerd door Jim Jarmusch, met Crazy Horse
    • 2000 - Red Rocks Live met 'Friends & Relatives'
    • 2001 - In Berlin met Trans-Band
    • 2002 - Rust Never Sleeps (met Crazy Horse)
    • 2003 - Live at Vicar St. (bonusdvd bij cd 'Greendale')
    • 2004 - Greendale (film)
    • 2005 - Live (met Crazy Horse)
    • 2006 - Heart of Gold geregisseerd door Jonathan Demme; met documentaires
    • 2006 - Living with War met cd
    • 2006 - Under Review met Crazy Horse
    • 2006 - Live at The Fillmore East 1970 met cd, met Crazy Horse
    • 2007 - Live at Massey Hall 1971 met cd
    • 2008 - Déjà Vu Live met Crosby, Stills & Nash, geregisseerd door Neil Young

    Nummers in de Tijdloze 100 van Studio Brussel

    Trivia

    • Kurt Cobain heeft in zijn afscheidsbrief verwezen naar een lied van Neil Young "Hey Hey, My My" met de tekst "It's better to burn out than to fade away".
    • Zijn album "Tonight's the night" gaat vergezeld van 2 lange Nederlandstalige artikelen, die eerder in Muziekkrant Oor zijn gepubliceerd. Ook internationaal werd deze bijlage (onvertaald) bij het album gevoegd.
    • De Coverclub heeft een album met verschillende covers van Neil Young uitgebracht.

    Externe links

    Bronvermelding

    Literatuur

    • Bernstein, Joel; e.a., Neil Young Archives · Volume 1 (1963-1972), 2008 ISBN 9781553651161.
    • Chong, Kevin, Neil Young Nation: A Quest, an Obsession (and a True Story), Greystone Books, 2005 ISBN 9781553651161.
    • Durchholz, Daniel; Gary Graff, Neil Young: Long May You Run: The Illustrated History, Voyageur Press, 2010 ISBN 9780760336472.
    • Echard, William, Neil Young and the Poetics of Energy, Indiana University Press, 2005 ISBN 9780253217684.
    • Einarson, John, Neil Young: Don't Be Denied, Quarry Press, 1992 ISBN 9781550820447.
    • Einarson, John; Richie Furay, There's Something Happening Here: The Story of Buffalo Springfield, Music Sales Distributed, 1997 ISBN 9780952954033.
    • McDonough, Jimmy, Shakey: Neil Young's Biography, Vintage Books, 2003 ISBN 9780099443582.
    • Rogan, Johnny, Neil Young: Zero to Sixty : a Critical Biography, Music Sales Distributed, 2000 ISBN 9780952954040.
    • Simmons, Sylvie, Neil Young: Reflections in Broken Glass, Canongate U.S., 2003 ISBN 9781841953175.
    • Verbeke, Herman; Lucien van Diggelen, Neil Young, een portret, Kempen Pers, 1992 ISBN 9070427966.
    • Williamson, Nigel, Journey Through the Past: The Stories Behind the Classic Songs of Neil Young, Backbeat Books, 2002 ISBN 9780879307417.
    • Young, Scott, Neil and Me, McClelland & Stewart, 1984 ISBN 0771070594.
    • Young, Neil, Waging Heavy Peace, Penguin Group US, 2012 ISBN 9781101594094.
    • Zimmer, Dave, Crosby, Stills & Nash: The Biography, Da Capo Press, 2008 ISBN 9780306816154.

    Documentaires (selectie)

    • Year of the Horse (1997)
    • Neil Young: Heart of Gold (2006)
    • Don't Be Denied (2009)
    • Neil Young Trunk Show (2009)
    • Neil Young Journeys (2011)

    Verwijzingen

    Deze tekst is beschikbaar volgens "Creatieve Commons Attribution/Share Alike Licentie". Extra voorwaarden kunnen van toepassing zijn. Bekijk hiervoor de Creative Commons website voor details. Auteur van de tekst hierboven.