Sigur Rós

  • Sigur Rós is een IJslandse post-rockband. De groep bestaat uit zanger/gitarist Jón Þór 'Jónsi' Birgisson, bassist Georg 'Goggi' Hólm en drummer Orri Páll Dýrason. Tot 1999 was Ágúst Ævar 'Gústi' Gunnarsson de drummer van de band. In 2013 werd bekend dat toetsenist Kjartan 'Kjarri' Sveinsson na 15 jaar stopt met Sigur Rós.

    De band bracht in 1997 hun debuut Von uit, een ambient/postrock-album. Twee jaar later begon Sigur Rós zich alleen op post-rock te richten en kwam de doorbraak met Ágætis byrjun dat ze bekendheid opleverde in Europa en de Verenigde Staten. In 2002 volgde het titelloze album ( ) en in 2005 Takk..., met de single "Hoppípolla". In 2008 kwam Með suð í eyrum við spilum endalaust uit, waarbij ook folkrock en alternatieve rock te horen is. In 2007 werd een documentaire over de band en IJsland gemaakt, genaamd Heima. Hun laatste album heet valtari en kwam uit in 2012, nadat de leden van Sigur Rós een pauze hadden genomen om meer bij hun familie te kunnen zijn.

    Sigur Rós staat bekend om de kopstem van Jónsi en de symfonische, melodische klanken, ook wel omschreven als 'intense droomrock'. De post-rock van Sigur Rós wordt verder gekenmerkt door een rustige opbouw, uitmondend in een groots klinkende climax. Opvallend zijn Jónsi's gebruik van een celloboog op zijn gitaar en het het verwerken van zijn eigen verzonnen klanken als taal, het 'Vonlenska'.

    Biografie

    1994 - 1998: Oprichting en Von

    In januari 1994 richtten Jón Þór Birgisson, Georg Hólm en Ágúst Ævar Gunnarsson de band Victory Rose op.

    "Fljúgðu" bevatte een IJslandse tekst en omdat de bandleden later ook in die taal wilden schrijven werd ervoor gekozen om een IJslandse bandnaam aan te houden. Victory Rose werd daardoor Sigur Rós. Met het platencontract op zak begon de band in 1994 aan de opnamen voor het debuutalbum. Deze vonden plaats in Mosfellsbær en namen in totaal drie jaar in beslag. Dit werd onder andere veroorzaakt doordat er weinig geld was voor het huren van de studio en dat de bandleden worstelden met de muziekstijl. "Fljúgðu" was een post-rock/ambient-nummer, maar tijdens de opnamen werd er ook geëxperimenteerd met muziek in de stijl van The Smashing Pumpkins. Dit werd niet voortgezet en de band keerde terug naar post-rock. Andere redenen voor de vertraging waren dat Georg zijn opleiding tot filmmaker had en Jónsi in een andere band speelde (Bee Spiders).

    Na afronding van het album verschenen de nummers in een compleet andere vorm dan dat ze voor de opnamen klonken.

    1998 - 2001: Von brigði en Ágætis byrjun

    Om de tijd tussen twee albums in voor fans te verkorten besloot Sigur Rós een remixalbum van Von uit te brengen. Von brigði ('teleurstelling') werd in augustus 1998 uitgebracht en bevatte bijdragen van múm, GusGus en Sigur Rós zelf.

    Kort na opnamen besloot Ágúst de band te verlaten om grafisch ontwerp te studeren.

    Na het concert in het Icelandic Opera House in juni 1999 werd een pauze van één maand gehouden. De band had drummer Orri Páll Dýrason gevonden als vervanger van Ágúst en konden zo aan elkaar wennen. Ten tijde van Ágúst's vertrek speelde Orri in een andere band die een repetitieruimte deelde met Sigur Rós, waardoor hij in contact kwam met de bandleden. Ook begon strijkkwartet amiina met het begeleiden van Sigur Rós tijdens live-optredens.

    In januari 2000 speelde de band hun eerste optreden buiten IJsland in een achterkamer in het Londense Union Chapel. Drie maanden later was de band in Engeland het voorprogramma van Godspeed You! Black Emperor. Tegen het einde van het jaar verscheen Sigur Rós ook als voorprogramma van Radiohead tijdens hun Europese toer.

    2001 - 2003: Eigen studio en een naamloos album

    Met het geld dat verdiend werd uit de platencontracten werd besloten een eigen studio op te zetten. Het verscheen op de locatie van een omgebouwd zwembad in Álafoss, Mosfellsbær.

    In 2001 begon de band een nieuwe collaboratie met Steindór Andersen. Er werden in de nieuwe studio zes rímur-nummers opgenomen, waarvan drie met een contributie van Sigur Rós. De nummers verschenen op de ep Rímur, dat duizend maal gedrukt werd en tijdens concerten in 2001 verkocht werd.

    In de zomer was het album gereed en de uitgave volgde op 28 oktober. Het album had een onuitspreekbare titel, bestaande uit twee haakjes. De nummers op ( ) hadden officieel ook geen naam. Ter referentie (ook voor de band zelf) werden er wel werktitels vrijgegeven. Het album klonk in vergelijking met Ágætis byrjun donkerder, rauwer en minder toegankelijk.

    ( ) werd positief ontvangen in de media, maar het werd niet beter beoordeeld dan Ágætis byrjun.

    2003 - 2006: Takk... en overige projecten

    Sigur Rós begon in augustus 2003 met het werk aan een nieuw album, maar tussendoor kende de band enkele andere projecten. In oktober 2003 nam de band een score op voor de film The Loch Ness Kelpie van regisseur Iain Gardner.

    Waar bij vorige albums vele nummers live al gespeeld en geperfectioneerd werden, waren er nu maar twee nummers eerder live gespeeld: "Mílano" en "Gong". Het werk, dat volledig plaatsvond in Álafoss en wederom begeleid werd door Ken Thomas,

    Op 8 juli keerde de band voor het eerst in twee jaar terug op het podium met een concert in Glasgow. In september volgde de uitgave van het vierde album, genaamd Takk... ('dank'). Het album behaalde de 16e plaats in de Britse Album Chart en de 26e plaats in de Billboard 200.

    2006 - 2009: Heima en Með suð í eyrum við spilum endalaust

    De IJslandse concerten van 2006, die in de buitenlucht werden gehouden, werden gekozen voor een filmproject over de band en hun gevoel over het land. De concertregistraties werden behandeld door regisseur Dean DeBlois, die later ook natuurbeelden van IJsland en interviews met de bandleden toevoegde. De film kreeg de naam Heima ('thuis(land)') en werd op 27 september 2007 gedebuteerd op het Reykjavík International Film Festival. Later ging de film in meerdere landen in première. Bij enkele van deze vertoningen was Sigur Rós zelf aanwezig om een kleine set te spelen, zoals op het Filmfestival Gent. Orri over de film: "Het was goed dat we in ons thuisland filmden. Soms speelden we grote shows, en soms heel kleine. Het was geweldig."

    Op dezelfde dag als de uitgave van Heima werd ook het dubbelalbum Hvarf/Heim uitgebracht. Het album bevatte niet eerder uitgebrachte nummers en live akoestische versies van bestaande nummers.

    Begin 2007 begon de band te werken aan een nieuw album. Daarbij werden enkele nummers gebruikt die eerder werden geschreven, maar waren nooit afgerond.

    In mei werd de titel van het album bekendgemaakt: Með suð í eyrum við spilum endalaust ('Met een gezoem in onze oren spelen we eindeloos'). Het album zelf verscheen op op 23 juni 2008

    In mei 2009 begon Sigur Rós in Álafoss aan nieuw materiaal, dat volgens Orri "langzamer en meer ambient" klonk dan dat op de twee voorgaande albums. Het nummer 'Festival' is te horen aan het einde van de film '127 Hours' van regisseur "Danny Boyle".

    2009 - Heden: Inni en Valtari

    Sinds 2008 is er enkele jaren weinig geweten en gehoord over Sigur Rós, en pas sinds 2012 kwam er weer leven in de band met het album Valtari dat uitkwam in 2012. De leden namen na de tour van Með suð í eyrum við spilum endalaust in 2008 enkele jaren de tijd om meer bij hun familie en kinderen te zijn. Intussentijd bleef het niet geheel stil rond de groep. In 2011 lanceerden ze Inni, dat zowel een live-CD als een film bevat. Hoewel de film wordt gezien als een opvolger van Heima, laat de donkere grauwe sfeer van de video zich weinig met zijn voorganger vergelijken. De film is een opname van het laatste concert van hun tour in 2008 met het album Með suð í eyrum við spilum endalaust. In 2012 kwam Valtari uit, wat een nieuwe stap betekende voor Sigur Rós. De stijl van hun muziek werd met het nieuwe album dan niet volledig veranderd, maar er zijn wel degelijk verschillen. Even voor de aanvang van de wereldtournee van hun nieuwe album Valtari, liet de toetsenist Kjartan Sveinsson weten dat hij het na 15 jaar voor gezien houdt bij Sigur Rós, en graag iets anders zou willen doen. Sigur Rós gaat anno 2012 dus verder als een trio.

    Muzikale stijl

    De muziek van Sigur Rós wordt omschreven als post-rock. Een kenmerk van de muziek is de geleidelijke opbouw die soms aanwezig is: nummers beginnen langzaam en bouwen zich op tot een groots klinkende, emotionele climax, Sindsdien heeft amiina Sigur Rós op elke toer vergezeld.

    Dat Sigur Rós muzikaal beïnvloed is door het IJslandse landschap, wordt door de groep een 'saai cliché' genoemd.

    Vonlenska

    Sigur Rós gebruikt de zang veelal als een extra instrument in hun muziek. Daarbij wordt gebruikgemaakt van op IJslands lijkende onzinklanken, bijgenaamd Vonlenska ('hooplands'). Hij gebruikt de onverklaarbare klanken als de band de muziek voor een nummer heeft geschreven, maar er nog geen tekst aanwezig is. Vonlenska heeft verder geen kenmerken van een echte taal, zoals grammatica of vocabulaire, maar fungeert meer als extra instrument in de muziek.

    Jónsi over het schrijven van teksten: "Ik denk dat als je teksten wil gebruiken, dat je dan iets te vertellen moet hebben. We hebben een soort haat-liefdeverhouding met teksten omdat de muziek zo natuurlijk voor ons vloeit. Als je teksten moet schrijven sluit je je helemaal af van de muziek. Gewoonlijk maken we een nummer door eerst wat nonsens te zingen. Dan luister ik ernaar en gewoonlijk komt er (luisterend naar al die onzin) een woord of onderwerp op. Die gebruik ik dan om er een volledige tekst om heen te schrijven."

    De naam 'Vonlenska' is afgeleid van het eerste nummer waarop de taal te horen is; "Von" van het gelijknamige album. De band gebruikte de term voor het eerst als een grap, volgens Orri: "We noemden het een keer toen we aan het grappen waren in een interview: 'Vonlenska, huh-huh', en de journalist beweerde toen dat we onze eigen taal hadden gecreëerd. Jonsi gebruikt geen eigen taal; het is gewoon wat geneuzel waardoor hij zijn stem als instrument gebruikt. We noemden het alleen Vonlenska omdat het eerste nummer waarop we het gebruikten "Von" heette."

    Muziekvideo's

    De muziekvideo's van Sigur Rós bevatten vaak cinematografische elementen. De bandleden hebben bij de meeste video's vaak een aandeel in de regie en creatie. Sigur Rós werkte het vaakst samen met het IJslandse duo Stefan Arni en Siggi Kinski; zij regisseerden de video's voor "Viðrar vel til loftárása", "Glósóli", "Hoppípolla" en "Gobbledigook". Opvallend is dat de eerste drie video's rondom kinderen draaien. Zo gaat de video van "Viðrar vel til loftárása" over een jongen die met homoseksuele gevoelens worstelt, maar dat onmogelijk wordt gemaakt door zijn vader. Als hij merkt dat zijn teamgenoot bij het voetballen wederzijdse gevoelens heeft, komt dit tot uiting met een zoen na een doelpunt op het voetbalveld. De video voor "Untitled #1 (a.k.a. "Vaka")", die om een groep kinderen in een dystopische wereld draait, werd geregisseerd door Floria Sigismondi. In 2003 won deze video de prijs voor Best Video bij de MTV Europe Video Awards.

    Bezetting

    • Jón Þór Birgisson (Jónsi): gitaar/zang
    • Georg Hólm (Goggi): basgitaar
    • Orri Páll Dýrason: drums

    Voormalige bandleden

    • Kjartan Sveinsson (Kjarri): keyboards
    • Ágúst Ævar Gunnarsson (Gústi[61][62]): drums

    Prijzen

    Externe links

    Deze tekst is beschikbaar volgens "Creatieve Commons Attribution/Share Alike Licentie". Extra voorwaarden kunnen van toepassing zijn. Bekijk hiervoor de Creative Commons website voor details. Auteur van de tekst hierboven.